login leden
nieuws  20-11-2020 

Joint statement on the New European Bauhaus

 

 

 

 

 

We, the representative European organisations of architects, spatial planners, landscape architects,

interior architects, engineers, designers, artists, educators and researchers of the built environment,

enthusiastically welcome the New European Bauhaus initiative put forward by the President of the

European Commission as part of the Renovation Wave strategy.

 

With this initiative, the European Commission complements the economic, social and environmental

measures of the Renovation Wave strategy with an essential cultural dimension. By making the

Renovation Wave a cultural project, including all stakeholders, and by including architectural quality and

design quality as key principles to steer it, the Commission initiates a fundamental shift. This can be a

game-changer in the transition to a more sustainable economy and society and will bring the Green Deal

closer to citizens for their well-being.

 

It opens the door to a more holistic approach to our built environment, seeking to enhance, at the same

time, economic, social, environmental and cultural values. Thus, it builds on the 2018 Davos Declaration

Towards a high-quality Baukultur and principles included in the New Leipzig Charter and, in its

implementation, will help to reach the UN Sustainable Development goals.

 

In this holistic approach, the cultural dimension is central. It goes far beyond aesthetic considerations and

is the main driver for quality planning processes and quality projects, as well as a source of inspiration

and innovation for the other pillars of sustainability, given that arts are providers of crucial twenty-first

century competencies, such as critical thinking and problem solving.

 

The holistic thinking and cultural approach that underpin the New European Bauhaus initiative must lie

at the heart of the Renovation Wave strategy and inspire all its measures to raise the full potential of the

strategy and achieve a ‘quality renovation wave’, making a difference in people’s minds and quality of

life, and achieving Europe’s climate neutrality objective.

 

This holistic approach is needed at all spatial scales, whatever the size of the project – from landscape

architecture to town planning, neighbourhood development, infrastructure, buildings and interior

architecture and design. We very much welcome the ambition of the European Commission to facilitate

exchanges across disciplines, as we share the view that it is the best way to spur creativity and innovation.

It reflects well how our professions work, every day, on the ground.

 

Through our respective networks, we are ready to support the development of this initiative, notably by:

 

We are very much looking forward to collaborating with the European Commission and all stakeholders

to make this initiative a success.

 

Read the full statement here

Or download pdf:  BH_statement

 

******

 

bni is lid van de European Council of Interior Architects

 

nieuws  19-11-2020 

Inschrijving PEP voorjaar ’21 geopend

 

PEP is de aanbieder van het geïntegreerde, multidisciplinaire programma voor beroepservaring. Het biedt begeleiding en kennis aan jonge architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en interieurarchitecten, om in twee jaar beroepservaring op te doen waar hij/zij anders vele jaren over zou doen. Met deze “versneller” bouw je in twee jaar een groot netwerk op. PEP biedt de kwaliteit met ervaren vakcoördinatoren en sprekers van binnen en maar ook buiten het vakgebied.

 

Voor het blok dat start in februari 2021 is de aanmelding nu geopend. Het aanmelden gaat op volgorde van inschrijving. Als het maximale aantal deelnemers bereikt is, wordt de inschrijving gesloten. De inschrijving voor het volgende blok start in het voorjaar van 2021.

 

Let op:

Wil je het geïntegreerde programma of het ruimtelijk traineeship gaan volgen, laat dan eerst je diploma controleren door Bureau Architectenregister. Zo weet je vóórdat je start of je diploma kwalificeert voor inschrijving in het architectenregister.”

 

 

Meer informatie vind je op de site van PEP.

 

O.a. interieurarchitecten Stephanie Klein Holkenborg (Wiegerinck Architecten) en Arco Hollander (Arcom Partners) volgden na een Artez Master’s Degree Interior Architecture de PEP en deelden hun ervaringen recent voor bni.

 

 

 

 

nieuws  17-11-2020 

Start 2021 met Grip op ondernemerschap!

“Ries bedankt natuurlijk voor de inspirerende cursus. Naast de “leerstof’’ hoorde ik iedere keer wel een opmerking die me op een positieve manier raakte en die me verder helpt. Ook mijn collega-cursisten bedankt. Leuk om jullie te hebben leren kennen, gelukkig de meesten ook live, toch nog net wat leuker dan online. Ik heb veel geleerd van jullie vragen en van het inkijkje in jullie bureaus en van hoe jullie het aanpakken. En van jullie mooie projecten als die tussendoor eens in beeld kwamen. “
 
“Veel dank voor de inspirerende workshops! Ik heb er veel aan gehad en van geleerd – sommige dingen ga ik daardoor echt anders aanpakken in de toekomst 🙂 ik vond het ook heel fijn om wat verhalen en ervaringen van anderen te horen. Ik ben dus erg blij dat ik heb meegedaan”

 

Als creatieve professional of klein bureau kun je je op zeker moment niet meer afsluiten voor de zakelijke kant van je onderneming. Klanten komen niet meer zo makkelijk over de drempel, het bulkt van de concurrenten óf je hebt het elke dag juist te druk met opdrachtgevers, het aansturen van medewerkers en het uitvoeren van projecten. Met deze workshopreeks van 6 dagdelen tussen 7 januari en 31 maart, voor zelfstandige professionals en kleinere (interieur)architecten-, ontwerp- en ingenieursbureaus, kun je 2021 goed starten. Je krijg direct toepasbare kennis en een handig werksjabloon waarmee je op een praktische en concrete manier met elk onderwerp aan de slag kunt. Onderwerpen zijn focus, positioneren, communiceren, acquireren, klantbeheer, geld en jouw plan. Lees hier meer en meld je aan. Wellicht zelfs met cofinanciering via Werktuig PPO.

 

nieuws  06-11-2020 

Crossover Maarten van Bremen

 

Als architect staat Maarten van Bremen al jaren ingeschreven in het Architectenregister. In mei van dit jaar koos hij voor het traject “inschrijving onder een andere titel”, waarbij een al ingeschrevene in het register een verzoek kan indienen om ook onder een tweede titel in het register te worden ingeschreven. Het betreft een horizontale doorstroming binnen het register op gelijk opleidingsniveau, waarvoor minimaal zeven jaar beroepservaring op het vakgebied van de andere titel is vereist. bni vroeg Maarten zijn visie te delen over het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en interieur en de multidisciplinaire insteek van GROUP A.

 

Mijn naam is Maarten van Bremen. Samen met Adam Visser en Folkert van Hagen heb ik een middelgroot architecten bureau in Rotterdam, GROUP A. In 2021 bestaan we 25 jaar! Ons bureau is heel divers. We houden ervan om elke dag met nieuwe dingen bezig te zijn, en om te leren. Dit voedt ons. Dat zie je aan de breedte van de portfolio maar ook aan de kennis en ervaring die we met processen en samenwerkingstrajecten hebben. Onze opdrachtgevers zijn hierdoor al even divers. Natuurlijk werken we met gemeenten, ontwikkelaars en Corporates maar ook met woningcorporaties en meer sociale instellingen. Altijd met de gebruiksfunctie en de gebruiker als uitgangspunt en einddoel.

 

Als partners zijn we door de jaren heen steeds aanvullender aan elkaar geworden. We zijn onze eigen fascinaties gaan volgen en uitbouwen. Voor mij ligt dat vooral op het vlak van monumenten, herbestemming, hergebruik, interieur of detail. En het liefst werk ik aan een combinatie hiervan. Het maakt dus niet uit of dat de renovatie van 16 stations op een metrolijn, een herbestemming van een vrij nieuw bankgebouw is, of een crematie faciliteit in een monumentale omgeving.

 

Hoe groot of klein de opdracht, of wat het programma ook is, er is altijd een link naar de stad of natuur. Dus naar een relatie met de context, en daarmee met routing, verbinding en beweging. Zo ook binnen een gebouw. Waar je rustige gebieden en zones voor ontmoeting inricht. Waar looplijnen en nabijheid een rol spelen. Net als in een goed werkend stuk stedenbouw. Zo kan je stedenbouw beter relateren aan een interieur opgave dan aan architectuur. Waar een gebouw meer een object kan zijn, een product als een stoel of balie of kast. Een object binnen een interieur.

 

Wat mij in het interieur ontwerp daarom zo aanspreekt is het ‘gebruiker specifieke’ en de mogelijkheid iets te kunnen bijdragen aan het dagelijkse beleven. Middels materialen en details kan je aan ‘ruimte’ en aan ‘routing’ echt iets toevoegen. Het onderbewuste ‘je prettig voelen’ en ‘archetypische logica’ kan je met de goede inrichting maken, en verder versterken, of juist breken. Dit is waarom ik naast de titel architect ook interieur architect wil zijn.

 

Het traject ‘inschrijving onder andere titel’ heb ik als prettig maar ook als pittig ervaren. Het is niet zomaar iets wat je allemaal moet kunnen aantonen.  Aan de andere kant kan ik met zoveel enthousiasme verhalen vertellen over alle projecten waar we met heel veel liefde en plezier aan gewerkt hebben, dat ik daar juist weinig moeite voor hoefde te doen.  Dat de procedure “inschrijving onder een andere titel” heet heb ik nooit begrepen. Het klinkt een beetje als ‘in plaats van’. Wellicht beter te om te hernoemen naar zoiets als ‘inschrijving voor een extra titel’?

 

Group A; Metro Oostlijn Amsterdam; Weesperplein                    foto: DigiDaan

nieuws  04-11-2020 

Home in a hybrid world

Martin Pot is onderzoeker, schrijver, interieurarchitect. Hij houdt zich bezig met de theoretische, filosofische en technologische aspecten omtrent de relatie tussen technologie en de gebouwde omgeving/architectuur.  Hij is verbonden aan the Internet of Things denktank: Council. Martin publiceerde eerder voor bni en verzorgde in 2017 nog een lezing over The Internet of Things.

 

Wat is op dit moment de rol en positie van technologie op onze (meest intieme) ruimte? Hoe zou deze eruit kunnen zien in de toekomst? Deze vraag staat centraal in het nieuwe (Engelstalige) boek. Het is te koop via deze link bij River Publishers. Het boek is binnenkort ook als open-access uitgave beschikbaar.

 

Lees hier het voorwoord door Kas Oosterhuis.

 

 

Description:

Whilst our outside world is modifying into a more complex and hybrid networked world, our most intimate dwelling, our home, is at risk of falling behind as for many it seems to have remained the same as it has been for many decades. This book explores what it means to have a home in such a networked world. It describes what architecture can, or perhaps should, contribute to enable a more participatory role for inhabitants. This forward-thinking book will try to answer the question – What is the role and position of technology in our most intimate locations both now and what could it be like in the future?

 

Keywords:

#home, #architecture, #dwelling, #digitalization #participation

 

 

nieuws  29-10-2020 

bni-ledenactie op Gerrard Street koptelefoon die niet te koop is

Modulaire koptelefoon van Gerrard Street helpt thuiswerkers aan betere concentratie

 

 

Een verbouwende buurman, lawaaiig stadsverkeer, spelende kinderen of een bellende huisgenoot. We werken met z’n allen meer thuis en dat brengt de nodige afleiding met zich mee. Om de thuiswerker aan een betere concentratie te helpen, lanceert Gerrard Street nu de PRINCE: de eerste noise cancelling koptelefoon die volledig modulair is.

 

Het is een grote uitdaging om je te concentreren in een drukke omgeving, vooral geluiden kunnen een extreem afleidend effect hebben. Denk maar eens aan de notificaties die op je telefoon binnenkomen of aan harde en onregelmatige straatgeluiden. Als je eenmaal uit je concentratie bent gehaald, dat kan het lang duren voor je weer in een goede flow komt. Bovendien zorgt continue afleiding ervoor dat je productiviteit afneemt, je sneller moe bent en je meer fouten maakt.

Gerrard Street wil met de lancering van de modulaire noise cancelling koptelefoon bijdragen aan een betere concentratie en een productievere werkdag. De PRINCE filtert alle omgevingsgeluiden weg en reduceert sterke afleiders tot een minimum. Zo kunnen thuiswerkers in alle rust werken, ook als ze in een lawaaiige omgeving zitten.

 

Thuiswerkplek
De noise cancelling koptelefoon was al langer bezig aan een opmars, maar door de coronacrisis en het bijbehorende thuiswerken neemt de populariteit alleen maar toe. ‘De thuiswerkplek kan net als de kantoortuin behoorlijk gehorig zijn’, vertelt Tom Leenders, mede-oprichter van Gerrard Street. ‘Om medewerkers zo effectief en prettig mogelijk te laten werken, investeren bedrijven in een thuiskantoor. Naast de ergonomische bureaustoel en een snelle laptop, hoort daar steeds vaker ook een noise cancelling koptelefoon bij’. ‘Bovendien willen bedrijven aan hun medewerkers laten merken dat ze er toe doen in deze onrustige tijd’, vervolgt Leenders. ‘De contactmomenten op kantoor zijn schaars geworden, personeelsfeestjes en bedrijfsuitjes gaan niet door. Werkgevers willen hun personeel daarom iets extra’s bieden, een geluidwerende koptelefoon van de zaak is dan een mooie geste.’

 


Modulair
In tegenstelling tot andere noise cancelling koptelefoons is de PRINCE volledig modulair. Ieder onderdeel kan worden losgeschroefd en vervangen, daarmee levert Gerrard Street extra service. Want als er iets kapot gaat, dan krijgt de gebruiker van de koptelefoon een nieuw onderdeel thuisgestuurd. Oude onderdelen worden niet weggegooid maar zoveel mogelijk opnieuw gebruikt. Op die manier wil het bedrijf verspilling tegengaan.

 

bni leden ontvangen tot 31 oktober 10% korting op alle producten. Leden vragen de code voor korting hier op.

 

Kies hier jouw model. 

 

 

 

nieuws  09-10-2020 

Agora in strijd tegen zitten

 

Kantoren zijn gebouwd voor bedrijven, maar zijn voor mensen. In Nederland zitten we gemiddeld 9,5 uur per werkdag. Dat is een stijging van 3 uur in de afgelopen 10 jaar! We mogen onszelf met “trots” Wereldkampioen zitten noemen. Daar blijft het niet bij. Onze leefstijl ziet een toename van schermtijd, stress, suikers en snacks. Met serieuze problemen, waaronder obesitas, diabetes 2 en chronische rugklachten als gevolg.

 

Er is een revolutie nodig. Het doel van Agora is om de kantooromgeving te transformeren in een leefbare, gezondere, creatievere en productievere omgeving. Dit resulteert in betere werkprestaties, behoud en aantrekking van talent, algemeen welzijn en minder ziekteverzuim. Centraal binnen dit innovatieve concept staat de grootste loopband ter wereld. Deze loopband heeft een loopoppervlak van 12 of 35 vierkante meter en biedt plaats aan 8 tot 15 personen die wandelend kunnen werken. Agora wordt verder geleverd met volledig ingerichte werkplekken, een fruit- en groentenbar, meerdere waterkranen, een moswand en een sensoromgeving voor de veiligheid.

 

Quest Life oprichters Guido Boumann en Matthijs Verdam presenteren dit concept ook tijdens de virtuele DDW. Lees meer in deze whitepaper:

Quest Life Whitepaper 2020 Kort

 

Sparren over de mogelijkheden om dit concept te implementeren en meer kantoorwerkers in beweging te krijgen? Neem dan contact op: matthijs@questlife.io

 

 

nieuws   

Happy Train Interior

 

Enrichers is een bedrijf dat nieuwe gebruikerservaringen ontwikkelt op basis van de allernieuwste kennis over omgevingsverrijking. Zij werken hiervoor samen met de Universiteit van Cambridge. Zij hebben nu onderzoek gedaan naar het vergroten van geluk in treinen met actief meubilair. Bewegende Macaron-kussens, Bambata-waterbanken en zwevende watervloeren blijken de stemming van mensen te beïnvloeden.  Hoe hierdoor ook de merkwaarde wordt verhoogd lees je in het rapport dat zojuist is verschenen. Je kunt het hier downloaden.

 

 

 

fotografie: Maaike Poelen

 

nieuws  04-10-2020 

bni erelid Jan des Bouvrie 1942-2020 overleden

Jan des Bouvrie, erelid bni, is zondag op 78 jarige leeftijd overleden. Bij het veertig jarig jubileum van bni werd hij erelid. In september 2016 werd Jan, toen al 50 jaar in het vak, geïnterviewd voor ons blad Intern. Lees dit gesprek onderstaand.

 

nieuws  23-09-2020 

Co-Cooking de nieuwe norm?

Dit verhaal is een bijdrage van bni voor de eerste editie van Keukenbeurs.nl 

Dit online platform voor keuken- en interieurspecialisten (door Keuken&Design) is opgezet naar aanleiding van wegvallen de belangrijkste keuken- en interieurevenementen dit jaar.

 

 

Auteur: architect Lisanne Rissik (Neutelings Riedijk Architecten)

en schrijver van de thesis Co-Living: XS>XL (2019)

 

 

De grote tekorten en de stijgende ‘onbetaalbaarheid’ van de woningmarkt, domineren het nieuws van dag tot dag. De maatschappelijke discussies over de betaalbaarheid van wonen drijft een zoektocht aan naar nieuwe, passende woonvormen in de 21e eeuw. Komt daarmee de deel-economie ook de woning en daarmee de keuken in?

 

Een zoektocht naar nieuwe woonvormen

 

De belangrijkste oorzaken van de problemen op de woningmarkt zijn een gevolg van grootschalige urbanisatie en een langdurig tekort aan nieuwbouw. Daarbij komt nog, dat de snel veranderende samenstellingen van huishoudens, waarbij de eenpersoons huishoudens een steeds belangrijker aandeel innemen, vraagt om ander soort woningen dan we traditioneel gezien bouwen. Een mismatch tussen het huidige woningaanbod, bestaande uit grotendeels eengezinswoningen, en de nieuwe vraag in veelal eenpersoons woningen is het gevolg. Maar het is niet alleen de fysieke mismatch die de vraag naar nieuwe woonvormen stimuleert. Ook de stijgende tekortkomingen in sociaal contact in stedelijke gebieden, ook wel urban loneliness genoemd, waar jong en oud steeds vaker mee worstelt, vormen een drijfveer voor de zoektocht naar nieuwe woonvormen, die niet alleen de financiële maar ook de sociale uitdagingen kan beantwoorden.

 

In een antwoord op de onbetaalbaarheid van woningen, ontpoppen er concepten waarin ‘klein wonen’ centraal staat, in de vorm van het bekende micro-living (<34m2). Tegelijkertijd stellen we onszelf ook steeds vaker de vraag: kunnen we wonen niet ook betaalbaarder maken door ruimtes van de traditionele woning te delen zonder ruimte ‘in te hoeven leveren’ zoals bij micro-living?

 

De deeleconomie wint al jaren terrein, en is veelal bekent om haar vormen in deel-mobiliteit door bedrijven als Uber, WeGo of het Nederlandse Felyx. Maar steeds sneller wint het deelconcept terrein binnen de woningmarkt: de nieuwe zogenoemde co-living locaties springen als paddenstoelen uit de grond in plaatsen als San Fransisco, Londen, New York en nu ook in onder andere Amsterdam en Rotterdam.

 

Co-Living: een balans tussen privé en gedeeld

 

Het co-living concept kenmerkt zich door het wonen in een kleinere privé ruimte -tussen de 12 tot 34 m2- en daarbij het delen van gemeenschappelijke ruimtes binnen één woonblok. Het Co-Liv Lab en Space 10 (IKEA) hebben in 2018 onderzoek gedaan naar de redenen voor woningzoekende om te kiezen voor een dergelijke gedeelde woonvorm. Een van de belangrijkste redenen om te ‘delen’ die hieruit voortkwam was het beperken van de kosten voor wonen. Daarbij heeft het de voorkeur om op centrum locaties dichtbij vele stedelijke voorzieningen als culturele voorzieningen, winkels en restaurants te kunnen wonen, waarbij een dergelijke locatie eerder, zonder te delen, financieel niet haalbaar zou zijn. Een andere belangrijke -sociale- reden voor het kiezen voor een deelvorm van wonen, is de mogelijkheid om onderdeel te kunnen zijn van een co-living community.

 

Maar wat houdt het ‘delen’ van een woning dan precies in? Het delen van een ingang en bergingen, zoals in zoveel appartementengebouwen? Of het delen van de slaapkamer, waarbij de woning gaat lijken op een soort hostel? En is dat dan wel het soort woonomgeving dat we willen? Geleid door deze vragen is de ‘bereidheid tot delen’ binnen een woonomgeving onderzocht, zoals te zien in figuur 1.

 

 

Figuur 1. Concept en bereidheid van/in deelbaarheid (uit Co-Living: XS>XL (2019) gebaseerd op Co-Liv Lab Space 10, 2018)

 

De bereidheid tot delen van bepaalde ruimtes is, zoals wellicht te verwachten, afhankelijk van de mate van privacy die erbij gebaat is. Mensen gaven aan dat ze nooit hun slaapkamer, badkamer, toilet en persoonlijke berging zouden willen delen met een andere bewoner. Daarentegen staan mensen in de 21e eeuw, meer en meer open om ruimtes als keukens, eetkamers en relaxruimtes maar ook faciliteiten als pick-up points, wasruimtes en logeerkamers te delen.
Een nieuw fenomeen is het natuurlijk niet. Vroeger deelden hele of meerdere gezinnen woonkamer, eetruimtes en keukens met elkaar. Door onder andere de veranderde demografie, zijn steeds minder mensen in de afgelopen decennia deze ruimtes met elkaar gaan delen tot aan tot aan individueel gebruik aan toe. Maar is deze individualisering van de woning eind 20e eeuw weer aan het veranderen in de socialisering van de woning in het begin van de 21e eeuw? Socialisering niet binnen één gezin, maar binnen een woon community? Klinkt het niet ook interessanter, nu wonen in steden steeds onbetaalbaarder wordt, om niet kleiner of verder weg van werk te wonen, maar een aantal ruimtes van ‘je woning’ te delen en daarbij ook nog onderdeel te zijn van een sociale community?

 

Co-Cooking als sociale drijfveer

 

In de bestaande co-living locaties, worden onder andere woonkamers, bioscoopruimtes, spelruimtes, wasruimtes, grote bergingen maar met name ook de keuken en eetruimtes gedeeld. Grote gemeenschappelijke keukens vervangen de ‘fully-equiped’ keukens in de private appartementen, die met hun gelimiteerde oppervlakte maximaal een kleine pantry huisvesten. Hiermee verplaatst de activiteiten ‘koken en dineren’, zich naar de gedeelde gemeenschappelijke ruimtes. Grote, volwaardig ingerichte keukens bieden bewoners de mogelijkheid gezamenlijk of individueel te koken en dineren.

 

 

Figuur 2. Verdeling private en gedeelde ruimtes (uit Co-Living: XS>XL, 2019)

 

Deze nieuwe gezamenlijke kook en diner ruimtes worden op verschillende wijzen door de gedeelde woongebouwen –co living locaties- verspreid (Figuur 2). Een enkele verdieping binnen het gebouw waar één grote gezamenlijke keuken (zie afbeelding 1) te vinden is of bijvoorbeeld een gedeelde keuken per verdieping. Ook zijn er voorbeelden waar kleinere keukens en grotere keukens gecombineerd worden in een bepaalde hiërarchische verdeling door het gebouw. De grotere keukens en diner ruimtes worden gedeeld door alle bewoners in het gebouw, waar de kleinere keukens (per verdieping) slechts met een aantal appartementen/bewoners gedeeld worden.

 

 

Afbeelding 1. URBY Staten Island – De gedeelde keuken ontworpen door Concrete (URBY.com)

 

De gedeelde keuken in de 21e eeuw

 

Meer en meer, worden woonvormen waarbij het delen van onder andere keukens en eetruimtes onderdeel zijn, een feit. Of het nu kosten gedreven is of een zoektocht is naar een sociaal actieve omgeving, feit is dat er in de 21e eeuw anders over het (deel)gebruik van de woning wordt gedacht. Nu zelfs de woning, de meest private ruimte in de stad, steeds meer opgesteld worden, vraagt dit om een hernieuwde kijk op het ontwerpen van woningen en daarmee ook haar keuken en eetruimtes. Ontwerpen we straks los te gebruiken keukenruimtes binnen één bouwblok in plaats van afgebakende privéwoningen met hun eigen keuken? Keukens waar meerdere bewoners tegelijk koken, dineren en samen zijn? In ieder geval weten we zeker, dat de gedeelde keuken een belangrijk onderdeel zal innemen in de ontwerpvraagstukken van de woning van de 21e eeuw.

oudere berichten

vind een interieur­architect

vind een IA

word lid

 

Profiteer van de voordelen van een lidmaatschap van bni. Word nu lid

 

klik hier

word lid