wet op de architectentitel

Titelbescherming van groot belang

 

In Nederland is de titel interieurarchitect sinds 1987 beschermd. Alleen ontwerpers die voldoen aan de wettelijk vastgelegde opleidings- en ervaringseisen mogen zich inschrijven in het architectenregister en zich interieurarchitect noemen. De BNI vindt dat dit zo moet blijven. “De interieurarchitect dient een publiek belang dat uitstijgt boven het directe belang van zijn opdrachtgever en bijdraagt aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving”, aldus Kees Spanjers, oud-voorzitter bni en voorzitter van de werkgroep Titelbescherming.


Het kabinet is voornemens in 2017 te evalueren of de titelbescherming voor interieurarchitecten nog zinvol is (1). Het kabinet is met name geïnteresseerd in wat het publieke belang van interieurarchitectuur is. Sinds 2008 is de structuur van de markt drastisch gewijzigd. De bouwproductie daalde dramatisch. De werkgelegenheid in de architectuurbranche halveerde. Tegelijk vond een verschuiving plaats van op groei gerichte ontwikkeling naar bestendiging, transformatie en herwaardering van de bestaande gebouwde omgeving. De veranderde maatschappelijke context legt andere accenten. Zorg en gezondheid, onderwijs en kleinschalig (particulier) opdrachtgeverschap vormen nu de opgave voor de toekomst (2).

Lees hier het rapport Van binnen naar buiten, Een onderzoek naar de rol van de wettelijke titelbescherming voor interieurarchitecten. Dit rapport is gemaakt in opdracht van het ministerie van OCW en het Atelier Rijksbouwmeester.

Download hier de flitsenquete Interieurarchitectuur 2015 'Een onderzoek naar de economische aspecten van interieurarchitectuur in Nederland'

Bekijk hier de opname van het Debat 'Innoveren of Decoreren?'op 30 november 2016.

Lees hier het verslag van deze avond.

Maatschappelijke meerwaarde


Ook aan interieurarchitecten gingen die ontwikkelingen niet ongemerkt voorbij. Opmerkelijk is wel dat wat door en voor velen als nieuwe uitdaging gezien wordt, juist van ouds het werkterrein van de interieurarchitect is. Architectuur is immers een langzame kunst (3), en terwijl onze gebouwen ons doorgaans ruimschoots overleven, weten we dat bewoners of gebruikers om de zes á zeven jaar verhuizen of van werkplek wisselen. Dat mensen verschillende levensfasen doormaken, en daarbij veranderende functionele eisen stellen en andere stilistische voorkeuren ontwikkelen. Interieurs veranderen met hen mee.


Met de fysieke ruimte als uitgangspunt ontwerpt de interieurarchitect een verblijfsruimte die is toegesneden op het welbevinden van álle gebruikers, of het nu bewoners, medewerkers, klanten of bezoekers zijn. Hij neemt daarbij aspecten als veiligheid en gezondheid in acht, zorgt voor implementatie van alle toepasselijke (bouw-) regelgeving, en integreert schoonheid, comfort en duurzaamheid in een ontwerp dat voldoet aan alle functionele, technische en economische eisen. Interieurarchitecten kunnen zo bijzondere maatschappelijke meerwaarde creëren die verder reikt dan het aantrekkelijk en functioneel ontwerpen van de fysieke ingreep zelf.
Goed ontwerp kan bijdragen aan de samenhang, duurzaamheid en het verdienvermogen van de samenleving.

Gebruikskwaliteit voorop


Juist nu de aandacht verschuift van méér bouwen naar béter gebruiken is de inbreng van de interieurarchitect onontbeerlijk. Van oudsher houden interieurarchitecten zich bezig met hergebruik, herbestemming en ruimtelijke vernieuwing waarbij gebruikskwaliteit voorop staat. Zij zijn dan ook bij uitstek specialisten die op duurzame wijze kansen creëren die verder reiken dan het gebouw alleen. Interieurarchitectuur levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van innovatieve werkprocessen (het Nieuwe Werken), nieuwe zorgconcepten (Healing Environments, Evidence Based Design), onderwijsvernieuwing, veiligheid en toegankelijkheid van openbare gebouwen, en geeft impulsen aan belangrijke economische sectoren als retail, hospitality, leisure en woninginrichting.

De interieurarchitect beschermt en bevordert de veiligheid, gezondheid en het welbevinden van alle gebruikers van gebouwen en integreert schoonheid, comfort en duurzaamheid in ontwerpen die voldoen aan de functionele, technische en economische eisen van gebruik. Hij dient daarbij (net als architecten, stedenbouwkundigen en tuin- en landschapsarchitecten) een publiek belang dat uitstijgt boven het directe belang van zijn opdrachtgever of klant en dat bijdraagt aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Titelbescherming voor de interieurarchitect is van belang om die kwaliteit en deskundigheid te waarborgen en opdrachtgevers en consumenten duidelijkheid te bieden in een competitieve markt die beheerst wordt door media die andere accenten leggen.

 

tekst: Kees Spanjers, ook gepubliceerd in Intern #4 2015

 

1 Nationaal actieplan gereglementeerde beroepen, Beleidsnota van het Kabinet, 23-03-2015.
2 Werken aan Ontwerpkracht’, Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp 2013-2016. Architectuurnota van het Kabinet.
3 ‘De Architectuur van de Ruimte’, Nota over het architectuurbeleid 1997-2000.

Lees ook:
Notitie betreffende het voornemen tot afschaffing van de titel interieurarchitect in het Nationaal actieplan gereglementeerde beroepen  geschreven door bni lid Wim Ros

Ingezonden brief Open deur van Kees Spanjers