Even voorstellen : Jurgen Bey, jury-voorzitter bni-prijs 2015

10-09-2015

Wie ben je?
In 2002 start  Jurgen Bey (1965) met Rianne Makkink (1964)  ontwerpbureau Studio Makkink & Bey. In hun ogen zijn stedenbouw, architectuur, landschapsarchitectuur onlosmakelijk verbonden met productvormgeving. In de vele projecten komt een ontwerpvisie naar voren waarin de vorm van een ontwerp volgt uit zijn context. Door middel van onderwijs, lezingen en in tentoonstellingen neemt Jurgen Bey deel aan de discussie over het vak.

Waarom is de BNI prijs belangrijk?
Het belang van de bni-prijs is om het vak een podium te bieden waarbinnen de beginnende profesionelen kunnen laten zien wat hen beweegt. Het biedt de gelegenheid het debat over de rol van het vak te beginnen met projecten die wensen de werkelijkheid te beïnvloeden. Een nieuwe generatie die haar vergezicht kan tonen, ons verleidt en gevierd wordt.

Waar ga je op letten tijdens de jurering van de genomineerde werken, wat is je rol?
Als voorzitter zie ik mijn rol vooral om de discussie te voeren. Ik heb geen mening wat ik moet verwachten en ga er vanuit dat het ingestuurde werk leidend is voor het debat over waar we staan, wat we belangrijk vinden en waar we heen willen met het vak en haar middelen.

Welke tip wil je de genomineerden meegeven?
Ik zou de genomineerden willen aanraden samenwerkingen aan te gaan met andere ontwerpers en disciplines waarin ze zich ondernemend ontwikkelen. Met hun denken kunnen ze een onafhankelijke positie innemen maar ook gelijk deelgenoot zijn van een zelf gevormd collectief, op zoek naar de randen van het vak en het verder vormen van hun visie.

Hoe zie je de toekomst van het vak?
In een land waar een overschot aan gebouwen is, kan men de vraag stellen welke discipline hierin leidend moet zijn voor de herinrichting hiervan. Zijn het landschappelijke vragen, zijn het architectonische vragen of gaat het om het interieur of de producen die ze innnemen? Moet het ontwikkeld worden met nieuwe functies of materialen, is het de wetgeving die nieuw moet worden vorm gegeven of is het een hernieuwde industriële positie Of is het wetgeving of de rol van de industrie die zich moete mengen in deze discussie? Wie en op welke wijze storten we ons op de ongebruikte binnenruimte?

In een wereld waarin de buitenruimte zich steeds meer gedraagt als een binnenruimte en zich laat leiden door de virtuele wereld, kan men de vraag stellen welke middelen we hiervoor moeten inzetten. Waar het onderweg zijn steeds belangrijker wordt en collectieve verblijfruimten ons dagelijks landschap bepaald krijgt het interieur een nieuwe status. Vliegvelden, treinstations, metrotunnels, tankstations en al hun informatie worden bepalend voor ons welzijn, tomtom en al haar interactieve schermen onze gids. Geanimeerde ruimten bepalen de waarde van verblijven. Kortom het vak krijgt nieuwe vragen en nieuwe middelen. Misschien is het wel het meeste interessante moment om in de professie van het landschap van het interieur te stappen.