Juryrapport

 

Na alle presentaties door de genomineerden beschouwen de juryleden van de BNI-prijs 2011 ieder afstudeerproject opnieuw. De acht projecten worden aandachtig bekeken en bediscussieerd. Over gedrevenheid bestaat geen twijfel: uit alle afstudeerprojecten blijkt enorme toewijding. Maar daarmee is nog niet bepaald  wie de winnaar is. Wie ís die winnaar in 2011?

De juryvoorzitter is dit jaar Odette Ex, interieurarchitect en creatief directeur van Ex Interiors. Samen met juryleden Gilian Schrofer, ontwerper en creatief partner van Concern, en Peter van Kester, designjournalist, curator en adviseur, staan zij voor de moeilijke taak uit de genomineerde afstudeerwerken een winnaar te selecteren. Ook dit jaar blijkt dat de academies uiteenlopende eisen stellen aan een afstudeerproject. Hetgeen vergelijken lastig maakt. Doordat niet alle projecten enkel over interieur gaan, is het beoordelen nog complexer. Hoe vergelijk je bijvoorbeeld de ambachtelijke bewerking van materialen van Robert van Middendorp van de Artez Hogeschool voor de Kunsten in Zwolle met de stedenbouwkundige benadering van Gerbert van Beek van de Academie Beeldende  Kunsten in Maastricht?

Alle drie de juryleden delen de mening dat de opleiding erg kort is om als pas afgestudeerde alle aspecten van de interieurarchitectuur te kunnen beheersen. Wat moet een pas afgestudeerde interieurarchitect in zijn mars hebben? Moet hij breed zijn opgeleid en met alle aspecten van het vak kennis hebben gemaakt? Of moet een beginnend interieurarchitect vooral goed kunnen analyseren, originele ontwerpen kunnen maken, een sterk ontwikkelde eigen signatuur hebben?

De jury van 2011 vindt het vooral van belang jonge interieurarchitecten te stimuleren en te motiveren om na hun opleiding zich te blijven ontwikkelen tot kwalitatieve professionals. En daar staat de BNI-prijs voor: dé aanmoedigingsprijs voor jonge, talentvolle  interieurarchitecten.

Het zwaartepunt bij de beoordeling van de afstudeerprojecten is de vraag hoe de genomineerden invulling geven aan de gestelde opgave. Haalt de genomineerde er alles uit wat erin zit? Zoekt hij grenzen op, kiest hij een bijzondere invalshoek, bedenkt hij creatieve oplossingen? Hierbij wordt gekeken naar de complexiteit en omvang van de ontwerpopgave, naar het ontwerp (functionaliteit, routing, materiaalkeuze, techniek, originaliteit), de samenhang tussen interieur, exterieur en stedenbouwkundige context. Er wordt ook gelet op de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp.  Als interieurarchitect moet je in staat zijn een eigen visie te ontwikkelen en een eigen signatuur te hebben. Je moet het vak doorvoelen om te kunnen groeien en verder te komen.

De juryleden zijn unaniem positief over de afstudeerprojecten van twee genomineerden en kiezen uiteindelijk met volle overtuiging voor een gedeelde eerste plaats.  Thomas Heyer van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en Desmond Ninaber van Eijben van de AKV|St. Joost in Breda zijn de winnaars van de BNI-prijs 2011. Thomas en Desmond zijn aan elkaar gewaagd. Niet alleen hun deskundigheid en talent zorgen voor een gedeelde eerste plaats, ook hun verschillende benadering van de interieurarchitectuur. Dit illustreert het brede spectrum van het vak en dat je als succesvol interieurarchitect van vele markten thuis moet zijn.

Thomas weet met zijn ontwerp voor een uitvaartcentrum in Amsterdam de jury te overtuigen van zijn kracht als jonge interieurarchitect. Odette Ex: “Thomas is een talent; hij beheerst het. Zijn ontwerp is visueel sterk, de samenhang tussen interieur en exterieur is heel goed. Beleving is de essentie van interieurarchitectuur en de kern van dit ontwerp: je beleeft taferelen. Daarnaast getuigt de zitbank van een doordacht ontwerp met eigen handschrift.”

Desmond laat met zijn ontwerp voor de brillenwinkel ‘Perspective 24’  in Breda een mooi, doordacht en zeer consistent interieurplan zien. “Tegelijkertijd steriel en sensueel”, aldus Peter van Kester. En Gilian Schrofer: “Desmond heeft gezocht naar de verdieping van het vak en heeft duidelijk een eigen signatuur. Hij zet het vak serieus en integer neer en weet met zijn ontwerp te verleiden. Verleiding, daar gaat het in de interieurarchitectuur om.”

 

Jurycommentaar per genomineerde

 

Gerbert van Beek, Academie Beeldende  Kunsten / Hogeschool Zuyd, Maastricht
Gerbert heeft zich grondig verdiept in de geschiedenis van een Eindhovense luciferfabriek uit 1880. Het idee om de fabriek en haar interieur te openen en de historische waarde aan het publiek zichtbaar te maken is een goed uitgangspunt. Dit in combinatie met het actuele thema om voedsel ‘terug te brengen in de stad’ maakt het ontwerp conceptueel sterk. Het stedenbouwkundig plan is welbedacht. De functionaliteit van het interieur is echter onvoldoende opgelost. Odette Ex: “Originaliteit en creativiteit ontbreken zeker niet. Het project is echter zo omvangrijk dat het Gerbert een beetje boven het hoofd lijkt te groeien.”

 

Thomas Heyer, Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag
Het ontwerp van Thomas voor een uitvaartcentrum in de oude Shell kantine in Amsterdam Noord is “een mooi drama, een beleving die je emotie raakt”, aldus Odette Ex. Thomas heeft grenzen opgezocht en zichzelf uitgedaagd om een esthetisch plan te maken dat bij het uitvaartritueel past. Het ontwerp getuigt van kwaliteit, architectonisch inzicht, gelaagdheid en professionaliteit. Het is een totaal concept dat uitmuntend wordt gepresenteerd. De verschillende schaalniveaus en detaillering zijn doordacht. De materialisering is zuiver. Het ontwerp laat een sterke interactie met de omgeving zien, met respect voor de structuur en de constructie van het bestaande gebouw. Gilian Schrofer: “Hoewel er in dit ontwerp veel aandacht is voor routing en logistiek, zouden deze onderdelen nog verder uitgewerkt mogen worden”. Bij een pas afgestudeerde interieurarchitect hoeft dan ook niet alles te kloppen.

 

Robert van Middendorp, Artez Hogeschool voor de Kunsten, Zwolle
De academie gaf Robert de opdracht om een uit verschillende periodes daterend pand aan de Grote Markt in het centrum van Zwolle te gebruiken voor ‘het nieuwe bankieren’. Geen eenvoudige opgave. Robert’s diepgaand onderzoek naar (streek)materialen is interessant. Zijn passie voor het ambachtelijke en de bewerking van het lokaal gekapt hout dragen bij aan de beleving van de ruimte. Interieurarchitectuur gaat over zintuigen en dat wordt door Robert beheerst. De jury geeft aan dat Robert nog verder kan gaan in het vertalen van zijn passie voor de ambacht naar het moderne, het heden en de toekomst. “Het zou nog meer moeten verrassen; hier zit echt potentie in.”, aldus Odette Ex.

 

Alexandra Möhlmann, Academie Minerva / Hanzehogeschool, Groningen
In het huidige virtuele  tijdperk waarin alles zich grotendeels online en in anonimiteit afspeelt, zet Alexandra met haar ontwerp ‘Common Ground’, een nieuwe manier van wonen en leven, een positief en prikkelend concept neer. Alexandra analyseerde de stedelijke omgeving, verdiepte zich in de oude functie van de voormalige graansilo en bestudeerde de leefstijl van haar doelgroep. De relatie tussen interieur en exterieur komt goed tot uiting in de geschapen woonmodules. Echter de verdere uitwerking van het concept verdient nog de nodige aandacht. ‘Common Ground’ getuigt van eigenheid en passie, maar de samenhang tussen de verschillende onderdelen en ruimtes kan sterker.

 

Desmond Ninaber van Eijben, AKV|St. Joost / Avans Hogeschool, Breda
In zijn ontwerp ‘Perspective 24’, heeft Desmond gezocht naar een interessante manier om brillen in verschillende situaties het beste tot hun recht te laten komen in een interieur dat één geheel is. Interessante perspectieven, zichtlijnen en de transformatie in de prachtige productwand vormen samen het totaalbeeld. Het ontwerp getuigt van een consequent en esthetisch interieurplan. De alsmaar terugkomende zeshoek zorgt voor consistentie en vloeiende overgangen door de brillenwinkel. Door een heldere analyse, veel test- en beslissingsmomenten, komt Desmond tot een eigen en compleet ontwerp, waarin alles lijkt te kloppen. De functionaliteit van de kasten blijft echter onduidelijk. Het gehele ontwerp verleidt en getuigt van professionaliteit.

 

Rosanne Talle, Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht
Het doel van het ontwerp van Rosanne is mensen door middel van interieurarchitectuur en poëzie met
elkaar in contact te brengen. Hiertoe creëert ze een multifunctionele ruimte in een verbouwde scheepswerf in Amsterdam Noord. Een krachtig concept. Het ontgaat de jury niet dat aan dit ontwerp erg hard is gewerkt. De complexiteit en omvang van de ontwerpopgave zijn groot. Een ontwerp waarbij Rosanne veel aspecten met elkaar wil verbinden: materiaalkeuze, routing, beleving, licht, tekst. Een ambitieus streven. Gilian Schrofer: “De historische waarde van het gebouw zou meer tot zijn recht moeten komen en de interactie tussen gebouw en water, die Rosanne zo aanspreekt, verdient meer aandacht.”

 

Li Wang, Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam
Li heeft voor de uitbreiding van het CAB (Contemporary Art Building) in Amsterdam een fascinerende zoektocht naar een optimale oplossing gedaan. Het grondig in kaart brengen van de veranderende bebouwde industriële omgeving, de gevolgen voor (de lichtinval in) het verbouwde CAB, de doordachte relatie tussen het bestaande en het nieuwe CAB zijn een compliment waard, aldus Gilian Schrofer. Architectonisch is de ontwerpopgave zeer goed doordacht. De krachtige relatie met de omgeving had meer naar het interieur van de woningen doorgetrokken mogen worden; de vernieuwende visie op het flexibele exterieur is weinig in balans met de traditionele aanpak van het interieur.

 

Sanne Zeeman, Willem de Kooning Academie, Rotterdam
Sanne zet met Hotel Petite Amsterdam, een hotel voor kinderen tussen de vier en tien jaar, een gedurfd en aantrekkelijk concept neer. Sanne beoogt met haar ontwerp een omgeving te scheppen waarbij de beleving van het kind centraal staat. Zowel in de architectuur als in de conceptuele vormgeving. Sanne heeft zich duidelijk verdiept in de pedagogische aspecten van ruimtes voor kinderen. Er is een veelheid aan ideeën en over de functionaliteiten, materiaalkeuze en routing is goed nagedacht. Het is een origineel plan. Odette Ex: “Om haar kinderhotel naar een hoger plan te tillen, zou Sanne nog meer vanuit de gebruiker mogen denken en meer ordening in het ontwerp mogen brengen”.

 

De BNI-prijs
Elk jaar biedt de BNI pas afgestudeerde interieurarchitecten de kans zich op landelijk niveau te presenteren en mee te dingen naar de BNI-prijs. Het doel van de prijs is interieurarchitecten te stimuleren kwalitatief sterke ontwerpen te maken. De BNI-prijs is dé aanmoedigingsprijs voor jonge, talentvolle  interieurarchitecten. In juni/juli nomineren bestuursleden in samenwerking met leden van de BNI van elke academie die opleidt tot interieurarchitect één kandidaat. Een vakkundige jury selecteert vervolgens de winnaar van de prijs.

 

Download juryrapport.