genomineerden

Genomineerden 2016

Genomineerden 2016

De genomineerden van de bni-prijs 2016 zijn bekend! Klik hier voor meer informatie.
We're proud to present the nominees of the bni-award 2016. Click here for more information.

Bachelor
Merel Bernhardt - Gerrit Rietveld Academie
Liza Diekema - Willem de Kooning Academie
Amanda Diepenmaat - Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
Ashley Hoekerd - ArtEZ Academie van Bouwkunst
Suzanne de Jong - Jan des Bouvrie Academie
Ina Meininghaus - Academie Minerva Beeldende Kunst & Vormgeving
Remke Seyben - Academies Beeldende Kunsten Maastricht
Judy Wetters - Konnklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag


Master
Kristine Andersen - Sandberg Instituut
Alexandra Bicheler - Piet Zwart Institute - MIARD
Sisi Li - Inside KABK
Ecaterina Onica - Academies Beeldende Kunsten Maastricht
Anja Romme - Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
Aaltsje Venema - ArtEZ hogeschool voor de kunsten

Genomineerden 2015

Wil je meer weten over de genomineerden? Klik op de naam en lees hun verhaal.
Read the introduction of the nominees by clicking on their names.

Bachelors
Martijn Feenstra- Minerva  Groningen
Niels Geerts - HKU - Utrecht (Spacial Design HKU)
Matthijs Noordover - AKV | St. Joost - Breda
Ina Wintels - ArtEZ - Zwolle
Kristel ter Steege - Kon. Academie van Beeldende Kunsten - Den Haag
Kristine Tumanyan - Academie Beeldende Kunsten - Maastricht
Marinus de Beer - Gerrit Rietveld academie - Amsterdam
Sander van Hooydonk- Willem de Kooning Academie - Rotterdam


Masters

Roel Slabbers - Academie Beeldende Kunsten - Maastricht
Alicja Nowicz - Sandberg Instituut - Amsterdam
Junyuan Chen - Enterinside KABK - Den Haag
Isabelle Bronzwaer - HKU - Utrecht
Stephanie Kleinholkenborg - ArtEZ - Zwolle

genomineerden 2013

Klik op de namen van de genomineerden voor meer informatie:
Isabel Friederichs
Maryn Hekker
Minsun Kim
Hanna Lee
Changlin Liu 
Mirna Koghee
Marijke Kuiper
Lieven Poutsma
Joey Rademakers
Rosanne Talle
Linda Vervoort
Maxime Vink
Patricia de Vries

Lees hier een korte introductie over de genomineerden.

Isabel Friederichs  
bachelor Artez
Isabel Friederichs ontwikkelde tijdens haar studie interieurarchitectuur aan Artez in Zwolle een grote fascinatie voor het fenomeen ‘tussengebied’. “Mijn fascinatie heeft alles te maken met de manier waarop de mens zich in de wereld verhoudt tot zichzelf, zijn omgeving en zijn medemens.” Haar fascinatie is de leidraad geweest in het ontwerp voor haar afstudeerproject waarmee ze is genomineerd voor de BNI prijs. 

Maryn Hekker 
bachelor WdKA
Maryn Hekker heeft met haar afstudeerproject voor de opleiding interieurarchitectuur aan de Willem de Kooning Academie de grenzen van het vak opgezocht. Ze maakte een plan voor de herinrichting van de pier in Scheveningen. “Het is een geliefd en iconisch bouwwerk dat eigenaardig genoeg steeds in verval is geraakt, sterker nog, het wordt dit jaar zelfs geveild.”

Minsun Kim 
master Sandberg
Minsum Kin deed de masteropleiding INSIDE Interior Architecture aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Haar afstudeerproject is een interactieve performance-installatie waarmee individuen een eigen intieme ruimte kunnen creëren.

Hanna Lee 
bachelor Rietveld
Hanna Lee deed de bachelor opleiding van de Gerrit Rietveld Academie. Voor haar afstudeerproject ‘A scenic contemplation’ verdiepte ze zich in een Koreaanse filosofie waarin de omgeving onderdeel wordt van de architectuur.

Changlin Liu        
bachelor minerva
Changlin Liu studeerde interieurarchitectuur aan de Minerva Academie in Groningen. Zijn afstudeerproject is een studentenhuis in hartje Groningen speciaal ontworpen voor studenten van de kunstacademie.

Mirna Koghee 
master Artez
Hoe kan een ruimte de zintuigen stimuleren en welk effect brengt dit teweeg? Op deze vraag probeerde Mirna Koghee, student van de Master Interieurarchitectuur ArtEZ  Zwolle, een antwoord te formuleren tijdens haar afstuderen. Bij een project voor vooropleiding Bouwkunde ontdekte Mirna welke rol de zintuigen spelen bij de manier waarop dementerenden ruimtes ervaren. Haar fascinatie was gewekt. 

Marijke Kuiper      
bachelor HKU
Naast haar baan als onderzoeker heeft Marijke Kuiper de afgelopen vier jaar  gestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Haar afstudeerproject, de transformatie van een leegstaand postkantoor tot kantoor voor clanwerken op totemplekken, combineert haar ervaring als onderzoeker met haar ontwerpvaardigheden. Het resultaat smaakt naar meer.

Lieven Poutsma   
bachelor KABK
“De verwevenheid van mens, stad, land en maatschappij heeft facetten in zich die mij als ontwerper fascineren en voeden”, zegt Lieven Poutsma. Hij studeerde af aan de Koninklijke Academie in Den Haag met de transformatie van een oud ketelhuis tot culturele plek. “Ik ga uit van de bewustwording van de mens omtrent zijn leefomgeving maar ook van zijn verbeelding.”

Joey Rademakers 
master ABK
Voor Joey Rademakers lag tijdens de masteropleiding Interior Architecture in Maastricht de nadruk op onderzoek. Voor zijn afstuderen verdiepte hij zich in het begrip wonen. “De nominatie voor de BNI-prijs is een groot compliment en motiveert mij om met mijn onderzoek door te gaan.”

Rosanne Talle 
master HKU
Rosanne Talle is voor de tweede keer genomineerd voor de BNI prijs. In 2011 viel ze op met haar afstudeerproject voor de bacheloropleiding. Twee jaar later is haar afstudeerproject voor de masteropleiding interieurarchitectuur aan de HKU genomineerd voor de BNI prijs. “Het is voor mij opnieuw een stimulans om mij te profileren als master interieurarchitect met veel aandacht voor de sociale- en maatschappelijke context.”

Linda Vervoort 
bachelor ABK
Linda Vervoort vormde zich als interieurarchitect aan de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht. In haar afstudeerproject probeert ze met een nieuw totaalconcept de eenheid terug te brengen in drie oude patriciërswoningen. Het verbindend element is een tuin met groente, fruit en kruiden.

Maxime Vink        
bachelor AKV
Maxime Vink deed voor haar afstudeerscriptie onderzoek naar de genius loci. Dat betekent letterlijk de geest of het karakter van een plek. Het zegt alles over de identiteit en de ziel van een locatie. Voor haar afstudeerproject dook Maxime in de ziel van het dorp Huijbergen.

Patricia de Vries   
bachelor HKU
Patricia de Vries studeerde dit jaar af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Haar afstudeerproject vestigt de aandacht op een onderwerp dat haar zeer aan het hart gaat: het belang van lezen. Ze ontwierp een paviljoen dat mensen moet enthousiasmeren meer te gaan lezen.

ARCHIEF: Mireille Hofwijk (Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam)

Dynamische zitplek

Mireille Hofwijk studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. “Dankzij de brede opvatting van het begrip ruimte die de afdeling Architectonisch Ontwerp hanteert, heb ik de afgelopen drie jaar ervaren als een bijzonder leerrijke tijd waarin ik de vrijheid kreeg mijn persoonlijke fascinaties te
onderzoeken en daar in verschillende schalen ruimtelijke vertalingen van te creëren.”

Mijn afstudeerproject Setting Encounters is ontstaan vanuit mijn persoonlijke ervaring met de dagelijkse treinreis tussen Den Haag, de stad waar ik woon en Amsterdam, de stad waar ik studeerde. De stations en stationsomgevingen die ik aandeed tijdens deze reis, ervaarde ik vaak als zeer anonieme plekken. Ik vroeg mij af of er ruimtelijke aspecten waren die daarbij een rol speelden. Schommelen
In mijn scriptie kwam ik uit op een paar interessante verklaringen voor het gebrek aan spontane interactie op deze publieke plaatsen. Vooral de theorieën over de relatie tussen afstand en interactie van Edward T. Hall die in het boek ‘The Hidden Dimension’ worden beschreven, vond ik interessant om verder te onderzoeken in mijn ontwerp. Mijn doel was om spontane interactie tussen onbekenden
te stimuleren. Door observatie en tests in een publieke situatie kwam ik op het idee een dynamische
zitplek te creëren die aanzet tot interactie. De opstelling bestaat uit vier stoelen die naar elkaar gericht hangen, op een specifieke afstand van elkaar. Samen vormen zij een plek waarin men zich bewust wordt van de eigen ruimte die men inneemt, de persoonlijk ruimte, maar ook de ruimte tot de ander, de sociale ruimte. Het schommelen is op zichzelf een ‘gesprek’ met het tempo, de afstand en hoek ten opzichte van elkaar als taal. Op een speelse manier wordt men uitgedaagd deel te nemen aan dit gesprek: zoek ik contact door naar het midden te schommelen of bewaak ik mijn persoonlijke ruimte door stil te zitten? Dit ‘gesprek’ is niet te vermijden en leidt in de meeste gevallen ook tot een volgend gesprek, ditmaal in woorden.

Stevige knoop
Een tweede doel was om de setting zodanig te ontwerpen dat het in meerdere publieke situaties kon hangen. Het moest daarbij vooral niet dominant zijn, maar zich juist verweven in die situaties. Ik heb daarom gekozen voor een minimale uitstraling: vier stoelen en touw. Om het mogelijk te maken iedere stoel te kunnen ophangen heb ik een onderdeel ontworpen waarmee een stevige knoop in het touw gemaakt kan worden die gemakkelijk te verstellen is. Het schommelen in deze opstelling is tegelijkertijd een ontspannende en spannende ervaring. Zo krijgt de setting bij iedere samenkomst van gebruikers een andere betekenis: het is een hangplek voor een groep vrienden, een plek om weg te dromen of een plek om
een gesprek te voeren.

Mireille Hofwijk
Ik voel mij vereerd met de nominatie voor de BNI-prijs en ik ben heel blij met de vele positieve reacties die ik op mijn afstudeerprojecten heb gekregen. Het ontwerpen met een sociaal maatschappelijk doel heeft mij veel voldoening gegeven en is zeker een gebied waarin ik mij verder wil ontwikkelen.

Isabel Kamp (Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht)

Ondergronds hotel

De nominatie voor de BNI-prijs kwam voor mij als een verassing en als een hele mooie bekroning op mijn
studietijd. Het voelt als een stukje erkenning en motiveert me enorm om door te gaan met wat ik al
met veel plezier deed: ontwerpen (van interieurs). De grenzen van een interieur en het pas- en meetwerk
dat erbij komt kijken, intrigeren mij enorm.

Tijdens het schrijven van mijn scriptie werd ik geïnspireerd door de werkwijze van kunstenaar Tatzu Nishi die alledaagse objecten zichtbaar wilt maken door ze uit hun normale omgeving te halen en een nieuwe context te geven. Hij maakt zichtbaar wat normaal onzichtbaar is.

Vergeten bunkers
Gedreven door deze werkwijze ging ik op zoek naar een vergeten plek met een verborgen verhaal. Ik vond een bunkercomplex in Noord-Holland tussen Egmond en Alkmaar. Het bunkercomplex, gebouwd door de Duitsers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, was een van de vijf complexen gebouwd ter verdediging van vliegveld Bergen. Het bestaat uit dertien manschapbunkers gelegen aan een drukke ontsluitingsweg en geheel in het beeld opgenomen. Na onderzoek te hebben gedaan naar de geschiedenis
van het bunkercomplex en daarna naar de huidige situatie, kwam ik tot de transformatie van het gebied tot een overnachtingsplek. Deze functie doet de oorspronkelijke functie herleven: de bunkers worden weer als overnachtingsplek gebruikt en de huislijkheid, die vroeger schuilging achter de dikke bunkerwanden, krijgt in het nieuwe interieur ook een plaats. Multifunctionele meubels ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’, de titel van mijn project, was tegelijk het uitgangspunt voor mijn ontwerp. De geheimzinnigheid van de plek is een belangrijk gegeven en moest behouden blijven. Dit heb ik bewerkstelligd door de bestaande bunkers in tact te houden, en de nieuwe volumes ondergronds te bouwen. Elke bunker is een aparte overnachtingsplek, waarbij de bestaande bunker versmelt met een nieuw ondergronds volume. Binnen deze twee ruimtes loopt een aaneengesloten meubel dat de ruimtes met elkaar verbindt, en tegelijkertijd verdeelt. De multifunctionaliteit van het meubel refereert aan de multifunctionele meubels van vroeger. In de materialisering is de scheiding tussen bunker, nieuw element en gebruikselement duidelijk zichtbaar.

Nieuwe plekjes
Ik heb ervoor gekozen het perspectief van waaruit de bunkers bekeken worden, breder te trekken. Bij de hotelkamers ervaar je de bunker vanuit een nieuw volume dat onder de bunker gesitueerd is, bij de entreebunker heb ik ervoor gekozen een volume in de bunker te plaatsen, zodat deze vanuit verschillende punten geheel van binnen ervaren wordt. Bij de uitkijkbunker is een volume op de bunker geplaatst, waarbij het plafond van de bunker gedeeltelijk is verwijderd en je de bunker van bovenaf kunt bekijken. De gebruiker ontdekt tijdens zijn bezoek steeds nieuwe plekjes: ‘Jij ziet, jij ziet, wat jij eerst niet zag’.

Isabel Kamp
Omdat zij zich al op jonge leeftijd interesseerde voor (interieur)architectuur ging Isabel Kamp na het VWO direct door naar de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Tijdens haar studie vond ze het soms lastig
opdrachten af te bakenen. “Voor mijn afstuderen heb ik niet één hotelkamer uitgewerkt, maar twee én een entreebunker, een uitkijkbunker én de omgeving. Ik maak een project graag tot in detail af en vind
het leuk meerdere interessante oplossingen te bedenken.”

Rick Schols (Academie Beeldende Kunsten, Maastricht)

Kinem'Agora: pleinen in beweging

Rick Schols ziet zijn afstuderen aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht als een eerste stap richting het beroepenveld. “Ik denk dat het voor een vormgever vooral belangrijk is dat hij vragen blijft stellen. Vragen stellen zet aan tot de persoonlijke fascinatie die nodig is om ambities uit te laten
groeien tot een mooi eindproduct.”

Mijn afstudeerproject werd een zoektocht naar oorsprong, vervaagde verbanden en de ambiguïteit van een plaats waar heden en verleden elkaar ontmoeten. Tijd en ruimte zijn twee begrippen die moeilijk in woorden zijn te vatten. John Cage beschrijft dit als volgt: “We don’t see much difference between time and space; we don’t know where one begins and the other stops.” Deze gedachte vormt het Leitmotiv binnen mijn ontwerpproces. Een van de eerste gebouwen die zich op het Bosscherveldterrein
vestigde was de gemeentelijke Gasfabriek (1912). De fabriek produceerde lichtgas voor het verlichten
van de stad en de industrie. Voor de bouw van de fabriek offreerde de pas afgestudeerde ingenieur Jan
Gerko Wiebenga een constructie in gewapend beton, een voor die tijd zeer vooruitstrevend bouwmateriaal. Rubberindustrie Bosscherveld groeide uit tot een waardig industriegebied
dat naadloos aansloot op het bestaande industriegebied Sphinx-Bassin binnen de oude vesting. Na
enkele productieve jaren verloor de fabriek haar oorspronkelijke functie en werd het terrein overgenomen door de Bataafsche Rubberindustrie, later bekend onder Vredestein NV. Langzaam slibde het terrein dicht door de bouw van diverse loodsen voor de productie en opslag van latex producten.
Nu, precies honderd jaar later, ligt de gasfabriek als een ruïne in het deels vervallen industriegebied te wachten op een nieuwe invulling. Met in het achterhoofd de profilering van Maastricht als Cultuurstad 2018 en als kernstad van de Euregio te midden van steden als Aken, Luik, Hasselt, Sittard-Geleen en Heerlen, begon ik mijn onderzoek.

Academie
Grote stedenbouwkundige uitbreidingsplannen voor annexatie van nieuw woongebied, zoals het project
Bosscherveld – Belvédère staan op losse schroeven vanwege de economische crisis. Misschien dat inbreiding een beter antwoord geeft op de vraag van een traag groeiende stad. Het idee voor inbreiding van het gasfabrieksterrein ontstond door mijn onderzoek naar het thema academie. De bouw van een academie buiten de stad, gebaseerd op het Griekse Hakademeia, zou het gebied nieuw leven kunnen inblazen. Filmische interactie Door een deel van de oorspronkelijke structuur te behouden
en overige bebouwing weg te breken, probeer ik nieuwe ruimte te creëren die zich manifesteert in de
vorm van het plein. Door het grote plein op te delen in verschillende fragmenten ontstaan er sub-pleinen. De overgebleven gebouwen, natuurlijk met de omgeving verweven, vormen ieder een onderdeel van het nieuwe scenario dat zich op het plein gaat afspelen: een filmische interactie. De gebruiker van het plein zal, door zich te bewegen over de diverse pleinen, het scenario
steeds op een andere manier ervaren. Het idee van de filmacademie is op deze wijze als vanzelf geboren.

Gasfabriek
In het noordwesten van Maastricht, iets buiten het centrum, ligt het oude industriegebied Bosscherveld.
Gelegen in het schootsveld van de Lage Fronten, voormalige vestingwerken, werd Bosscherveld na de ontmanteling van de vestingstad in 1867 ingericht als uitbreidingslocatie voor de grootindustrie.

Rick Schols
De nominatie van mijn afstudeerproject voor de BNI-prijs betekent voor mij niet alleen een blijk van
waardering, maar ook een mooie start. Een aanmoediging om door te gaan op de manier zoals ik bezig ben. Mijn studie heeft me in die zin precies gebracht wat ik zocht: passie.

Wendy Snoek (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag)

‘Heden’daags kunstmagazine
Wendy Snoek studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Als ontwerper is ze altijd op zoek naar verhalen en de verbeelding van deze verhalen. “Dat er mensen geïnteresseerd zijn in mijn manier van ‘vertellen’, ervaar ik als zeer waardevol.”

Mijn scriptie ‘Even is het pad’ gaat over vergankelijkheid, over afstand doen, over het proces van iets maken. Ik vind de stap van idee naar realisatie fascinerend. Zodra je een idee uitvoert, wordt het tastbaar, maar ook onderdeel van de vergankelijke wereld, kwetsbaar. Ik zoek in mijn ontwerpen naar mogelijkheden om deze dynamiek vast te houden. Lineaire vertelling Het ontwerp is voor mij een pad, waarmee beleving en ervaring wordt mogelijk gemaakt. In mijn verzameling ‘aantekeningen’ zoek ik naar mogelijkheden om dat pad zichtbaar te maken, naar een vorm van verslagleggen. Elk ontwerp wordt verteld langs een andere pad. Voor kunstcentrum Heden bedacht ik het driedimensionaal
magazine als een lineaire vertelling. De opdracht was voor de drie huidige locaties van kunstcentrum Heden één centraal en nieuw alternatief te bieden; een nieuwe locatie in het hart van de stad
waar de dynamiek van de stedelijkheid onderdeel kan worden van het gebouw. Deze interactie schept kansen voor een nieuwe beleving van beeldende kunst in dialoog met de stad, haar dynamiek en haar inwoners.

3d magazine
In mijn ontwerp wordt kunstcentrum Heden gevestigd in het Oude Mannenhuis dat samen met de aangrenzende panden en de naast gelegen steeg een verbinding vormt tussen het chique Noordeinde en de authentieke Oude Molstraat. Gevels worden omslagen, afbeeldingen zijn de kunst die te leen is en teksten ervaar je in de vorm van lezingen en discussies. Als ‘lezer’ blader je door de koppen van de inhoudsopgave en kies je de artikelen die jou interessant lijken. De rug van het magazine, de kenmerkende gang van het Oude Mannenhuis, is op sommige delen over de volledige hoogte ‘weggeknipt’. Losstaande muren worden met papiermaché afgewerkt net als de deuren die aan de gangzijde gebruikt worden voor advertenties. De oude plattegrond is zichtbaar in de nieuwe vloer. Op deze manier vormen de littekens in het pand het stramien van de lay-out. Toevoegingen aan de lay-out zijn de kerto-platen die als artikelen fungeren binnen het maandelijks wisselende thema. Hiervoor nodigt de redactie van Heden kunstenaars uit om als gastredacteur op te treden. Het archief van het kunstmagazine bevindt zich in de nog intact gelaten regentenkamer. Door het fotografisch vastleggen van het pand is het mogelijk om een eerder uitgebracht nummer terug te kijken. Deze vaste rubrieken
bevinden zich op de laatste pagina’s van het magazine net als kunstwerk in de maak waar het artist-inresidence programma plaatsvindt.

Strikt regime
Elke muur, elk artikel, elk toilet is voorzien van een paginanummer dat een lineaire routing van het
Noordeinde naar de Oude Molstraat vormt. Een pad dat ondanks het strikte regime net als een écht magazine
op alle mogelijke manieren te lezen is. Op deze manier hoop ik de Hedendaagse kunst van Heden toegankelijk
te maken en de bezoeker een ervaring te bieden die steeds weer anders is en altijd in beweging blijft.

Wendy Snoek
De komende tijd wil ik ervaring op doen in de praktijk op het gebied van 'verhalende' architectuur (tentoonstellingen en musea). Mijn ambitie is om te blijven ontwerpen, om op een verrassende manier de dingen om ons heen te interpreteren en te vertalen, en dialogen te laten ontstaan tot een ontwerp (en daar
natuurlijk heel goed in te worden).

Tea Hadzizulfic (Willem de Kooning academie, Rotterdam)

Kajak- en kanoclub in Bosnië

Tijdens haar studie aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam heeft Tea Hadzizulfic veel geleerd en veel zelfkennis opgedaan. Ze heeft bijvoorbeeld ontdekt dat ze volledig achter een project moet staan om tot een goed eindresultaat te komen. Door haar afstudeerproject weet ze nu zeker dat ze door wil studeren voor architect.

Mijn afstudeerproject is een nieuw architectonisch ontwerp voor een verwoeste kajak- en kanoclub in Bosanski Brod, een stad gelegen aan de grens tussen Bosnië en Kroatië. Deze stad heeft zwaar geleden tijdens de Joegoslavische burgeroorlog. In mijn ontwerp ligt de nadruk op sport en recreatie en daarmee op het bevorderen van de sociale interactie in de stad.

Wederopbouw
Ik kom zelf uit Bosanski Brod en ik ben er de afgelopen twaalf jaar elk jaar geweest. Het zien van de veranderingen door de wederopbouw heeft mijn interesse gewekt. Ik ben weer teruggekeerd, heb de stad geanalyseerd en ben met mijn conclusies en mogelijkheden naar de gemeente gestapt. De wederopbouw van een stad kost veel tijd, energie en is duur. Dit beïnvloedt de prioriteiten van de gemeente. De bevolking wordt eerst voorzien van de basis, sociale aspecten krijgen weinig aandacht. De lokale bevolking organiseert wel zelf activiteiten om de sociale interactie te bevorderen. Ik heb fieldresearch gedaan om problemen te  achterhalen. In een zelfgemaakte documentaire komen die problemen duidelijk naar voren. De stad loopt leeg door gebrek aan werk, geld en activiteiten. Vooral jongeren lijden hieronder. De mogelijkheden voor sociale interactie bestaan uit het samenkomen in cafés waar vaak te veel alcohol wordt geconsumeerd.

Populaire sporten
Tijdens mijn onderzoek heb ik vernomen dat er een aanvraag was ingediend om een verwoeste kajak- en
kanoclub te herstarten. Deze club had een goede reputatie en de kajak- en kanosporten zijn populair in de
landen van voormalig Joegoslavië. De locatie zou de lokale bevolking een kans kunnen bieden op nieuwe
sociale interactie. De club heeft een strand, een klein voetbalveld en op de begane grond is ruimte voor bootopslag. De trainingen van de kajak- en kanosport worden in de winter binnen gehouden. Uit onderzoek bleek dat de lokale bevolking verlangt naar een fitnessruimte. Deze is op de tweede verdieping en de kleedruimtes zijn op de eerste verdieping. De vorm van het gebouw hangt samen met de zichtlijnen
die onder meer bepaald worden door de rivier die tegelijk de grens is met Kroatië. De omgeving is vanuit
het gebouw goed te zien.

Flexibele kern
De kern van het gebouw speelt een centrale rol. Dit centrum ligt op de eerste verdieping en loopt over de
dam richting het voetbalveld. Zo valt het veld niet weg en ontstaat er een tribune. Het centrum is de plek waar mensen samen komen voor flexibele activiteiten: eten, drinken, films kijken, trouwen, vergaderen, dansen en spelletjes spelen zoals tafeltennis, schaken en tafelvoetbal. Voor in het centrum heb ik stoelen ontworpen die makkelijk aan elkaar gekoppeld kunnen worden. De nieuwe kajak- en kanoclub kan gezien worden als de plek waar de sociale interactie plaatsvindt. Tijdens haar studie aan de Willem de Kooning
academie in Rotterdam heeft Tea Hadzizulfic veel geleerd en veel zelfkennis opgedaan. Ze heeft bijvoorbeeld ontdekt dat ze volledig achter een project moet staan om tot een goed eindresultaat te komen. Door haar
afstudeerproject weet ze nu zeker dat ze door wil studeren voor architect.

Tea Hadzizulfic
De nominatie voor de BNI-prijs is voor mij een bevestiging om door te gaan zoals ik te werk ging bij mijn
afstuderen. Ik wil graag door studeren voor architect want ik voel nog een aantal beperkingen dat ik graag
wil doorbreken. Sinds september zit ik op de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Na mijn studie hoop
ik genoeg ervaring te hebben opgedaan om voor mezelf te beginnen, hopelijk in teamverband.

Rob van der Hoeven (Academie Minerva, Groningen)

Nieuw leven voor kolenmuur

Rob van der Hoeven studeerde aan de Academie Minerva in Groningen. Hij is geïnteresseerd in techniek, ambacht en industrie. “Ik ben blij dat de locatie die ik koos voor mijn afstudeerproject goed aansloot op
mijn fascinaties. Dat dit uiteindelijk zelfs een nominatie opleverde, is een mooie bevestiging.”

De kolenmuur in het Europapark in Groningen is een restant van elektriciteitscentrale de Hunzecentrale, die
in 1998 gesloopt werd. De muur staat langs een 10 meter brede kade aan het Winschoterdiep. De muur werd
gebruikt voor de opslag en het transport van kolen. Deze kwamen aan via schepen, werden middels een
portaalkraan tegen de muur aangelegd en vervolgens getransporteerd via een kelder onder de muur naar de
elektriciteitscentrale.

Industriële geschiedenis
Sinds de sloop van de centrale is het gebied herontwikkeld als nieuwe wijk waarbij wonen, werken en recreëren gecombineerd is. Gedurende deze ontwikkeling is er nagenoeg niets met de kolenmuur gedaan, behalve dan dat deze als het ware door midden is gesneden om er een weg doorheen te laten lopen. Met behulp van deze doorsnede werd de vormgeving van de muur inzichtelijk en raakte ik erdoor geboeid. De functionaliteit en de eigenheid van de kolenmuur, hebben mij getriggerd de muur nieuw leven in te blazen.
Voor mij is de muur een restant van een industriële geschiedenis. De muur herinnert hier als enige element
aan. Op dit moment wordt de muur volledig genegeerd. Graag wil ik mensen die dit gebied bezoeken bewust
laten worden van de muur als industrieel erfgoed. Eén van de belangrijkste manieren om dit te bereiken is het daadwerkelijk laten beleven van de kolenmuur door deze dienst te laten doen als entreegebied en routing
voor verdere functies.

Onlosmakelijk
Bij de kolenmuur heb ik een havengebied voor watertoerisme ontworpen, gecombineerd met een horecafunctie en een terras. Deze functie is een goede aanvulling op het gebied en kan als verbindend element dienen tussen de andere functies in de wijk. Watertoeristen, bewoners, kantoormedewerkers en scholieren zullen er gebruik van maken en opnieuw worden de kolenmuur en het water onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Rob van der Hoeven
Op dit moment werk ik bij een ijzerwaren- en gereedschap handel in Groningen. In de toekomst zou ik graag mijn eigen bedrijf opstarten met een eigen werkplaats waarin ik interieurontwerp en meubelbouw wil combineren zodat ik maatwerk kan leveren van ontwerp tot oplevering.

Floor Tuerlings (ArtEZ hogeschool van de kunsten, Zwolle)

Veranderlijk cultureel centrum

Floor Tuerlings studeerde aan de ArtEZ hogeschool van de kunsten in Zwolle. Tijdens haar studie heeft ze zich veel bezig gehouden met de beweging van de mens door de ruimte en de verschillende plekken en functies die
daarbij horen. “Ik voel me vereerd dat ik ben genomineerd voor een project waarin ik mezelf als ontwerper echt laat zien.”

Voor mijn afstuderen moest ik een conceptuele oplossing bedenken voor een aantal instellingen dat samen
het pand De Volharding in Zwolle wilde betrekken om als één cultureel centrum naar buiten te treden en zo
de crisis door te komen. Hoeveel en welke instellingen dat waren mocht ik zelf bepalen. Een gegeven probleem was daarbij dat het pand te klein was om elke instelling een eigen afdeling te geven. Aan mij de taak op zoek te gaan naar een nieuw concept in tijd en ruimte.

Samenwerken & integreren
Mijn concept ontstond vanuit mijn scriptie: ‘Wat kan metamorfose betekenen voor het interieur?’ Metamorfose gaat over verandering en staat voor meer gebruiksopties en daarmee voor intensiever gebruik.
Metamorfose werd dan ook het uitgangspunt in mijn zoektocht naar een efficiënte manier om het gebouw te
gebruiken door de betrokken instellingen. Concreet heb ik gekozen voor vier instellingen die veel
overeenkomsten hebben in functies: een kunstschool voor muziek en dans, een theaterschool, een kunstatelier en een mbo-school. Wat ik bij deze keuze belangrijk vond was dat de instellingen samen zouden gaan werken en dat ze zich meer zouden gaan richten op integratie in het bedrijfsleven. Dit betekent dat bijvoorbeeld een mbo-leerling direct ervaring op kan doen in de professionele omgeving van een van de culturele instellingen en een grafisch vormgever zal in het kunstatelier een affiche maken voor een theatervoorstelling van de theaterschool. Gezamenlijk kunnen de instellingen ook hun producten en diensten bij bedrijven aanbieden.

Metamorfoses in de ruimte
Ondanks de vele overeenkomsten in functies heeft elke instelling eigen wensen wat betreft het gebruik van het pand. De grootte van de lesgroepen verschilt; er is sprake van groepslessen maar ook van een op een lessen. Ook de wens in het gebruik van een publieke of privéruimte is wisselend. Het ene moment werken groepen gezamenlijk aan een project, het andere moment werkt ieder aan zijn eigen project. Daarnaast vinden er besprekingen met (toekomstige) klanten plaats. In mijn ontwerp kan elke ‘groep’ daarom een ruimte persoonlijk maken door hem aan te passen. Ruimtes ondergaan een metamorfose, die past bij de gebruiker van dat moment. Er zijn verschillende levels van metamorfose. Je hebt kleine veranderingen bijvoorbeeld een werkplek die je naar persoonlijke wensen kan aanpassen. En grote veranderingen in de afmeting van de ruimte door het verplaatsen van elementen als kasten en muren.

Onveranderlijk punt
Veel verandering komt vanuit een structuur. De structuur geeft een basis, een skelet of constructie, die zorgt
voor stevigheid en zekerheid. De oude structuur van De Volharding was mijn uitgangspunt in het ontwerpproces. Vanuit die structuur wilde ik verandering in de ruimte brengen. Alles wat verandering in de ruimte kon belemmeren, werd bij elkaar geplaatst in een onveranderlijk punt. Dit onveranderlijke punt ligt in het midden van het pand aan de bestaande muur, de scheiding tussen de twee verschillende structuren in het pand. Zo wordt het pand in drieën gedeeld en ontstaan er toch grote open ruimten waarin de oude structuur zichtbaar blijft.

Floor Tuerlings
Ik weet nog niet of ik verder wil studeren of meteen aan het werk wil gaan. Ik neem dan ook een jaar de
tijd om wat extra ervaring op te doen in de vorm van een stage, om potentiële vervolgstudies te bekijken en
uit te zoeken wat ik het leukst vind (interieur, architectuur of product design). Ooit hoop ik een eigen
bedrijf te starten waarin verschillende disciplines samenwerken.

Melina Prado Ferreira (Master, Piet Zwart Institute, WdKA,Rotterdam)

Linhas

Melina Prado Ferreira deed de master Interior Architecture and Retail Design aan het Piet Zwart Institute (WdkA). Voor haar afstudeerproject ‘Linhas’ ging ze naar haar geboorteland Brazilië. Een toelichting in het Engels.

“I believe the identity of a nation is greatly expressed through crafts. Crafts are great instruments to tell stories. This quality becomes the essence of craftsmanship. The decision of choosing Brazil to conduct my fieldwork in the local communities of artisans was based on a number of factors. First of all, I was influenced by my point of view of seeing Brazil as having a rich and diverse crafts heritage. Being from Brazil, I have a personal connection to its culture and a desire to incorporate its native traditions into my designs. After the fieldwork in Brazil, the information gathered was revised in depth and physical translations were
made in order to find principals and base technical qualities to the development of the final design. Then I conducted a study of an interior architecture element, the threshold. It is a common element that symbolizes the beginning, the starting point that delineates a space. It is an element that has a single function of providing access through the movement of the user, which I find very interesting.” Habitable wall
The final project ‘Linhas’ is a translation of the twodimensional decorative ‘filé’ lace piece into a functional
interior architectural design, where the threshold not only provides access but also functions as a temporary
place, becoming a habitable wall. Linhas is a Portuguese word that has different meanings: threads, lines, as well as trajectory or movement, a linear change of one’s life (linha da vida). These various meanings are reflected in the design Linhas, where thread is the main material and lines form the foundation of the design. Linhas is handcrafted to convey change and movement, a narrative quality of storytelling ‘through craft’, which is aggregated to the infrastructure.

Lacework
The project, developed from a ‘research through making’ process, is a result of an extensive exploration of
Brazilian craftsmanship techniques, specifically the lacework called filé. This lace technique found during the fieldwork visit in Florianópolis, an island in the South region of Brazil, dates as far back as ancient times and is the base for the study. Through several cycles of experiments and by testing the technique, materials and construction methods, a contemporary application began to emerge. The project exploits the three-dimensional spatial and functional possibilities from the original two-dimensional, decorative filé.

Threshold
The final design is a habitable wall composed of thousands of layers of deep red thread that are hanging
from a wood sliding-track system which can be opened and closed. The rectilinear cutout in the design represents a threshold, a common element in interior architecture, reflecting the idea of transition, delineation and movement in space. In Linhas the threshold also becomes a place, a temporary space that adds an extra programmatic layer to the design. The interior of the threshold is designed as a field of
lines with gradient patterns, adding spatial depth, intimacy and stimulating other contextual narratives,
while simultaneously adding another application and reading to the traditional techniques of filé.

Melina Prado Ferreira
Melina Prado Ferreira started her professional studies in visual arts and design at Pontifícia Universidade
Católica in her home country, Brazil. Since then, she has lived in distinctive cities in four different
countries, Miami, Florence, Paris and Rotterdam, either studying or working in the field of Interior
Design. Her journey has been an exciting ride, experiencing different cultures, learning new languages
and most importantly adapting to new situations; and, in her opinion, that is what design is all about.
The evolution of the design field is a result of a changing world and it is what fascinates her to continue
to explore the emergence of new concepts in the fields of architecture and design.

Maarten van Oers (Master, Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht)

Inspirerende school

Maarten van Oers behoort tot de eerste lichting afgestudeerden van de masteropleiding Interieurarchitectuur aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Zijn afstudeeropdracht gaat over het onderwijs van de 21ste eeuw waarin een nieuw leersysteem genaamd ILAB en de ruimtelijke vormgeving een geheel vormen. Een maatschappij die voortdurend in ontwikkeling is, vraagt als vanzelfsprekend om zelfstandigheid, flexibiliteit en efficiëntie in het leerproces.

Prikkelen
De school moet een nieuw image krijgen. Het moet een aantrekkelijke plek worden om in te leren! Stimulerend voor zowel leerling als docent. ‘Depressieve lokalen zijn tegenwerkend’, zijn de letterlijke woorden van een 15-jarige leerling op het voortgezet onderwijs. Het onderwijs moet een plek zijn voor avontuur, creativiteit en het ontdekken van nieuwe manieren om een probleem op te lossen. Het is  belangrijk dat het onderwijs niet alleen maar gevormd wordt door het leersysteem; de ruimte is ook een leraar. De ruimtelijke vormgeving moet ondersteuning bieden, zodat de leerling geprikkeld wordt om meer inzet te tonen en plezier krijgt in het onderwijs. Het nieuwe leren, oftewel het onderwijs van de 21ste
eeuw, is de opgave voor een interieurarchitect. Het optimaal vormgeven van een omgeving, waarin de
leerling en docent worden begeleid in het leertraject.

Leerlijnen en landschappen
Met gedemotiveerde leerlingen die vragen om een betekenis gevende en inspirerende leeromgeving; een toenemende complexiteit die vraagt om organisatie en ondersteuning door ICT middelen; en de individualisering die vraagt om sociale vaardigheden en zelfstandigheid, is de kern van mijn afstudeeropdracht bepaald. Een ruimtelijk ontwerp, waarbij een betekenis gevende en inspirerende omgeving wordt gevormd, ondersteund door het ILAB model, dat zorgt voor organisatie en ondersteuning in het voortgezet onderwijs. De leerling moet de mogelijkheid hebben om de tien leerlijnen te kunnen doorlopen die het ILAB vormen. Deze leerlijnen heb ik vormgegeven in een ruimtelijk 3D model, zodat de leerlingen de omgeving gaan herkennen en op de juiste manier gaan gebruiken. De leerlijnen zijn onderverdeeld in acht landschappen, presentatie, onderzoek, evaluatie, ontwerp, vakspecifiek, vormgeving, brainstorm en ideeontwikkeling. De leerlijnen samenwerken (communicatie) en individueel (leerling) zijn verweven in het 3D model. Het landschap als metafoor voor de nieuwe leeromgeving, een omgeving om te ontdekken.

 Maarten van Oers
Ik woon in Berlijn waar ik mijn eigen ontwerpbureau aan het opstarten ben. Een bureau waarin ik de autonomie van de bachelor, die ik op de Willem de Kooning academie in Rotterdam haalde, en de praktijkervaring van de master combineer.

Tom van Alst (Master, Sandberg Instituut, Amsterdam)

TRANSIT community

Tom van Alst is afgestudeerd aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Zijn afstudeerproject, genaamd ‘TRANSIT community’, draagt bij aan de ontlasting van thuiszorg en creëert een nieuwe sociale ruimte
voor mantelzorgers en Alzheimerpatiënten. “Gedurende mijn masterstudie Interieurarchitectuur ben ik er achter gekomen dat de sociale ruimte voor mij het vertrekpunt is voor het ontwerpen van fysieke ruimte.”

Alzheimer is een mentale ziekte die gedrag- en geheugenstoornissen veroorzaakt en veelal voorkomt bij
ouderen. Door de bezuinigingen in de gezondheidszorg, zal formele zorg voor Alzheimerpatiënten afnemen
en informele thuiszorg, ook wel mantelzorg genoemd, toenemen. Ik vind dit een positieve ontwikkeling,
aangezien Alzheimerpatiënten zich het meest gelukkig voelen in hun eigen thuissituatie. Uit onderzoek
is echter gebleken dat de zorglast voor mantelzorgers, veelal familie en vrienden van de patiënt, erg hoog
is. Aangezien ik de ontwikkeling van mantelzorg wil stimuleren, heb ik een sociaal concept bedacht dat
bijdraagt aan de ontlasting van mantelzorg.

Vakantieverblijf
TRANSIT is een wooncommune, bestaande uit dertig bewoners, die gastenkamers aanbiedt aan mantelzorgers en Alzheimerpatiënten als tijdelijk vakantieverblijf. Gedurende het verblijf wordt de zorg voor Alzheimerpatiënten overgenomen door de bewoners, zodat Alzheimerpatiënten en mantelzorgers even verlost zijn van hun zorgrelatie. Een bestaande wooncommune, aan de Plompetorengracht in Utrecht, is gebruikt als model voor mijn concept. De huidige bewoners van deze wooncommune werken veelal in de creatieve en sociaal-maatschappelijke sector. Om van een stabiel inkomen te worden voorzien, hebben veel bewoners een bijbaan in de gezondheidszorg Door de functie van de bestaande gastenkamers in de
wooncommune te transformeren in een vakantieverblijf voor mantelzorgers en Alzheimerpatiënten, kunnen
de huidige bewoners dit ‘stabiele inkomen’ binnenshuis verdienen.

Architectonische taal
De positionering van de drie gastenkamers is gebaseerd op de eisen van drie type Alzheimerpatiënten, beschreven door geriater Anneke van de Plaats: de zen-dementerende, de evenwichtszoeker en de doler. De
zen-dementerende heeft baat bij een stille omgeving. De doler zoekt daarentegen continu naar een prikkelende omgeving. De evenwichtszoeker functioneert het best in een semi-actieve omgeving. Aan de hand van de omgevingseisen van elk type patiënt, zijn de gastenkamers gepositioneerd in het gebouw.
Elke gastenkamer heeft een eigen architectonische taal die is gebaseerd op de eisen van een type patiënt. De
betonnen ‘monolith’ heeft uitgekerfte ruimtes waarin gasten zich omarmd en geborgen voelen. De ‘shell’ is
een dunne houten schil met uitgestulpte ruimtes en heeft een semi-open karakter. De ‘colored space’ bestaat
uit een kleurterritorium in één van de open keukens en heeft een open oriëntatie naar de wooncommune.
Elke gastenkamer is van kleurcontrasten voorzien zodat patiënten in staat zijn om onderscheid te maken
tussen vloer en wand. De kleurterritoria van de gastenkamers eigenen publieke functies toe, wat leidt tot een
interactie tussen bewoner en gast. Alle gastenkamers bevatten alleen de primaire functies, zoals slaap-en
douchegedeelten. Hierdoor worden gasten gestimuleerd deel te nemen aan de gemeenschappelijke en de
huishoudelijke activiteiten van de wooncommune.

Tom van Alst
Ik ben mij aan het oriënteren op een baan bij een architectenbureau. Het lijkt me erg leuk om aan zorg gerelateerde projecten te werken omdat er volgens mij binnen architectuur en zorg nog veel te verbeteren is. Verder wil ik in de toekomst mijn afstudeerproject 'The TRANSIT community' onder de aandacht brengen in zowel de zorg- als de architectuursector om te kijken of er interesse is voor dit project.

Jaap Olaf van der Feer (AKV | St. Joost in Breda)

Locloods krijgt opnieuw de ruimte

Jaap Olaf van der Feer studeerde aan de AKV | St. Joost in Breda. De nominatie van zijn afstudeerproject voor de BNI-prijs 2012 vindt hij een eer. “Na het feest van het halen van mijn diploma is dit een mooie opstap naar de buitenwereld. Het voelt goed deze waardering te krijgen.”

Het uitgangspunt van mijn afstudeerproject was een locloods in Roosendaal uit 1907 ontworpen door spoorwegarchitect Van Heukelom. In deze loods werden stoomlocomotieven gestald, gerepareerd en op stoom gebracht. Tegenwoordig is de locloods in handen van BOEi. Het gebouw wordt gerestaureerd, is industrieel erfgoed en heeft een monumentenstatus. Rookkappen Met mijn concept trek ik de historisch interessante locloods het heden in door het gebouw van een duidelijke signatuur te voorzien die het oorspronkelijke gebouw intact laat. Grote betonnen muren gaan functioneren als de ruggengraat van de loods. Ze delen de ruimte opnieuw in, faciliteren de hedendaagse gebruiker en verbinden de binnenruimte met het omliggende gebied, waardoor er onder meer ruime pleinen ontstaan. Ik heb gekozen voor massief beton als tegenstelling tot de stalen constructie. Dat geeft rust binnen het ritme
van de mooie ambachtelijke kniespanten. Bovenin de loods, waar zich ooit rookkappen bevonden, hang ik
kleine woonunits voor artist-in-residence kunstenaars, die daar vanuit hun 'nest' zich door de levendigheid beneden kunnen laten inspireren.

Bewegende podia
Een moderne, pendelende locloodstrein met een loungebar rijdt bezoekers de loods binnen. Over sporen bewegende podia maken de ruimtes flexibel in volume en gebruik. Het is de bedoeling dat de locloods wordt opengesteld voor publiek en als podium wordt ingezet voor culturele activiteiten en creatieve bedrijven. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijke levendigheid en kan de loods zowel een plaatselijke als een bovenregionale uitstraling krijgen. Ook kan de herbestemde loods een aanjager worden voor
stadsontwikkeling in dit gebied.

Naadloos
De eindexamencommissie omschreef mijn afstudeerproject als volgt: “In een enorme loods wordt met een groot gebaar en op doeltreffende wijze een aantal nieuwe ruimtes gecreëerd die naadloos in de omringende buitenruimte doorlopen. Er is nauwelijks sprake van een fysieke barrière tussen binnen en buiten. De overgangen zijn prachtig vormgegeven. De extreme omstandigheden worden adequaat ingezet om een unieke ruimtelijke beleving te ervaren.”

Jaap Olaf van der Feer
Op de academie leer je je persoonlijke ziel te vertalen naar een discipline. Ik vond het fijn door direct aan de praktijk gerelateerde situaties mijn ontwerpproces op gang te brengen en begeleid te worden door docenten die midden in de beroepspraktijk staan. Theoretische verdieping zoals filosofie en human
behavior, heeft ervoor gezorgd dat ik bewuster omga met mijn ontwerpideeën. In mijn afstudeerprojecten heb ik laten zien dat mijn voorkeur bij herbestemming ligt; het opnieuw in de maatschappij zetten van bestaande gebouwen. Waarbij ik ga voor menselijke ruimtes met een creatief vernuft ontworpen. Dus kom maar op met zulke projecten: ik ga net zo lang dialogen zoeken met het gebouw en de omgeving tot het weer klopt.

Genomineerden

Twee winnaars!

 

Op 29 september werd door jurylid Gilian Schrofer bekend gemaakt  dat de BNI-prijs dit jaar  gewonnen is door twee jonge talenten: Thomas Heyer van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en Desmond Ninaber van Eijben van de AKV|St. Joost in Breda. Thomas en Desmond zijn aan elkaar gewaagd. Niet alleen hun deskundigheid en talent zorgen voor een gedeelde eerste plaats, ook hun verschillende benadering van de interieurarchitectuur. Dit illustreert het brede spectrum van het vak en dat je als succesvol interieurarchitect van vele markten thuis moet zijn.

Uit het juryrapport:
"In zijn ontwerp ‘Perspective 24’, heeft Desmond Ninaber van Eijben van de St. Joost in Breda gezocht naar een interessante manier om brillen in verschillende situaties het beste tot hun recht te laten komen in een interieur dat één geheel is. Interessante perspectieven, zichtlijnen en de transformatie in de prachtige productwand vormen samen het totaalbeeld. Het ontwerp getuigt van een consequent en esthetisch interieurplan. De alsmaar terugkomende zeshoek zorgt voor consistentie en vloeiende overgangen door de brillenwinkel. Door een heldere analyse, veel test- en beslissingsmomenten, komt Desmond tot een eigen en compleet ontwerp, waarin alles lijkt te kloppen. De functionaliteit van de kasten blijft echter onduidelijk. Het gehele ontwerp verleidt en getuigt van professionaliteit."

"Het ontwerp van Thomas Heyer van de KABK in Den Haag voor een uitvaartcentrum in de oude Shell kantine in Amsterdam Noord is “een mooi drama, een beleving die je emotie raakt”, aldus Odette Ex. Thomas heeft grenzen opgezocht en zichzelf uitgedaagd om een esthetisch plan te maken dat bij het uitvaartritueel past. Het ontwerp getuigt van kwaliteit, architectonisch inzicht, gelaagdheid en professionaliteit. Het is een totaal concept dat uitmuntend wordt gepresenteerd. De verschillende schaalniveaus en detaillering zijn doordacht. De materialisering is zuiver. Het ontwerp laat een sterke interactie met de omgeving zien, met respect voor de structuur en de constructie van het bestaande gebouw. Gilian Schrofer: “Hoewel er in dit ontwerp veel aandacht is voor routing en logistiek, zouden deze onderdelen nog verder uitgewerkt mogen worden”. Bij een pas afgestudeerde interieurarchitect hoeft dan ook niet alles te kloppen."

Lees het volledige juryrapport hier.

Thomas Heyer (KABK, Den Haag)

Uitvaart aan het IJ

 

Thomas Heyer (22) is afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Tijdens zijn studie probeerde hij zoveel mogelijk aspecten van het ontwerpvak te onderzoeken. Van stedenbouwkundige architectuur tot meubelontwerpen. “Verschillende schaalniveaus en detaillering spelen een sleutelrol binnen mijn ontwerpen en zijn ook de leidraad geweest voor mijn twee afstudeerprojecten.”

“Schuin tegenover het centraal station van Amsterdam, aan de noordoever van het IJ, ligt Overhoeks: een gebied dat tot enkele jaren geleden eigendom was van Shell. Op dit moment ondergaat het gebied een transformatie die ervoor moet zorgen dat Overhoeks net zo gaat leven als het centrum van de stad.

De oude kantine van Shell in Overhoeks is een laag gebouw in 1973 ontworpen door Arthur Staal. Vanuit het gebouw kijk je uit over het IJ. Aan de andere zijde grenst het aan een klein park, de Tolhuistuin. Dit gebouw heb ik voor mijn afstudeerproject getransformeerd tot uitvaartcentrum.

Uitvaartcentra liggen vaak buiten het centrum van de stad. We worden liever niet geconfronteerd met de dood tijdens onze dagelijkse praktijken. Maar een uitvaart is één van de belangrijkste rituelen die we kennen. Waarom zouden we dat wegstoppen? Het gebouw met aan de ene kant het IJ en de stad (het leven) en de andere kant de Tolhuistuin met zijn monumentale bomen (rust) staat op de perfecte locatie voor een uitvaartcentrum.

Het gebouw zelf zorgde nog wel voor een aantal uitdagingen. Het is namelijk erg karakteristiek voor zijn tijd met een uitgesproken vormentaal. Ik heb de keuze gemaakt om vooral de structuur en de constructie van het gebouw te respecteren en niet zozeer de jaren ’70 stijlelementen.

Routing speelt voor mij een belangrijke rol in het ritueel van het afscheid nemen. Bij dit project is de routing ook het uitgangspunt van mijn ontwerp geworden. Met de tuin, het gebouw en de omgeving als leidraad heb ik twee routings ontworpen: voor een grote en een kleine uitvaart. Deze beginnen en eindigen beide in de Tolhuistuin. Het gebouw zelf is slechts een onderdeel van de routing.

Deze ruimtelijke organisatie was de grootste uitdaging van dit project. Het bestaande gebouw is opgebouwd uit verspringende vierkante ruimtes met puntdaken van verschillende groottes. Dit zorgde organisatorisch voor de grootste problemen. Maar door de structuur aan te passen en de bestaande constructie bloot te leggen, is het mij gelukt om een logisch verhaal van de binnenruimtes te maken waarin de beleving de hoofdrol speelt.

Na het ontwerpen van de routing ontstond de rest van de architectuur vanzelf. Ik heb maar een aantal principe details ontworpen waarmee ik alle ruimtes vormgeef. Deze haken in op de bestaande constructie waardoor constant zichtbaar is hoe het gebouw, zowel het nieuwe als het oude, in elkaar zit. Dit moet samen met de afwezigheid van toegevoegde kleur (op wit na maak ik alleen gebruik van de natuurlijke kleur van de materialen) zorgen voor een heldere beleving die puur is gefocust op het leveren van rustmomenten binnen het ritueel uitvaart.”

Sanne Zeeman (WdKA, Rotterdam)

Hotel voor kinderen

 

Sanne Zeeman studeerde aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Ze vindt het bijzonder dat ze voor de BNI-prijs genomineerd is. “Na vier jaar hard werken voor mijn diploma, voelt deze nominatie als erkenning.”

“Voor mijn afstudeerproject heb ik mij laten inspireren door de Scandinavische cultuur, waar de opvoeding van kinderen een centrale plaats inneemt. Het zat mij dwars dat kinderen hier steeds meer vermaakt worden met computerspellen en tv. Daarnaast las ik een artikel in de krant dat ouders die met kinderen op vakantie gaan alleen maar hotels krijgen aangeboden waarbij de nadruk ligt op zwembaden en kinderclubs. Daarmee was mijn concept geboren: Hotel Petite Amsterdam, een hotel voor kinderen tussen de vier en tien jaar. Het kind wordt uitgedaagd en geprikkeld tot zelfstandig ontdekken. Het hotel geeft een speelse, leerzame en prettige omgeving waarbij de beleving van het kind centraal staat in de architectuur en de conceptuele vormgeving.

Omdat steden een hoge drempel zijn voor een bezoek met jonge kinderen, heb ik als locatie Amsterdam gekozen. Ouders kunnen met hun hele gezin Amsterdam bezoeken, of werkende ouders nemen hun kinderen mee. Er zijn begeleiders in het hotel voor eventuele opvang.

De ruimtes moedigen de kinderen bewust en onbewust aan om activiteiten uit te voeren, die positief bijdragen aan hun ontwikkeling. Hiermee geeft het hotelconcept niet alleen plezier maar ook een leerervaring.

Om vanuit een kindperspectief te kunnen ontwerpen, en de functionaliteit van de ruimte te doorgronden, heb ik mij verdiept in de pedagogische aspecten van ruimtes voor kinderen. In mijn scriptie kwam ik tot de conclusie dat het mogelijk is om ruimtes voor kinderen te creëren waarbij alle aspecten samen komen zoals prikkels, ontdekking, materiaal, zelfstandigheid en veiligheid. Een kind herkent dat het zijn wereld is.

Ik heb drie verschillende panden samen laten komen. Door de verschillende vloerhoogtes en bouwstijlen wordt het een dynamische en speelse ruimte. Het middelste pand dient als het hart van het hotel. Hierdoor ontstaat er een overzicht, wat belangrijk is voor een kind. Het hart van het hotel is “de kinderstad” geworden, een grote open ruimte met allemaal verschillende huisjes die elk een andere kleur en functie hebben om kinderen te stimuleren en op ontdekking te gaan.

Elk huisje staat op een verdiepingshoogte, en elk huisje heeft zijn kleur die herkenbaar is over de hele verdieping. Kleuren zijn gemakkelijk te onthouden voor kinderen, dus daarom deze keus. Tevens heb ik veel met perspectieven gewerkt om ruimtes spannend en uitdagend te maken.

De uitdaging in het ruimtelijke concept was om steeds weer nieuwe activiteiten te bedenken die stimulerend zijn voor de ontwikkeling van het kind, die speelse oplossingen maar ook veiligheid en geborgenheid geven.Ik heb in elke ruimte een andere activiteit neergezet en alle details zo ontworpen dat elk kind zelfstandig in het hotel is.

Ik heb een enorme drang om verder te gaan op de ingeslagen weg om vernieuwende ruimtelijke concepten te ontwikkelen en vooral ook te realiseren. Het gaat mij hierbij om het doorgronden van de functionaliteit en een brug te slaan naar wat een ruimte nodig heeft om die functionaliteit goed in te vullen.”

Gerbert van Beek (ABK, Maastricht)

Foodcentrum

 

Gerbert van Beek (29) studeerde aan de Academie Beeldende Kunsten/Hogeschool Zuyd in Maastricht. De nominatie van zijn afstudeerproject voor de BNI-prijs 2011 noemt hij zeer eervol. “Het geeft voldoening om mijn afstudeerproject met een groter publiek te kunnen delen.”

“In het centrum van Eindhoven staat een oude luciferfabriek. Gebouwd in 1880 was dit de derde luciferfabriek in de stad. Eindhoven speelde een belangrijke rol in de Nederlandse luciferindustrie en wordt daarom ook de Lichtstad genoemd. In de fabriek werden tot 1907 lucifers gemaakt. Daarna werd het een sigarenfabriek en vanaf 1916 een autogarage. Op dit moment doet de luciferfabriek dienst als parkeergarage.

In de loop der tijd is er flink wat veranderd. De fabriek werd verbreed, verhoogd en uitgebreid. Er omheen werden bijgebouwtjes, woningen en een hotel gebouwd. Het resultaat van deze verbouwingen is dat er een onoverzichtelijk geheel is ontstaan. De oude fabriek wordt bijna geheel aan het zicht onttrokken. Het totale gebied beslaat zo’n 10.000 m² midden in het centrum van Eindhoven.

Het interieur van de fabriek is vrijwel geheel intact gebleven. Gewelfde vloeren die worden ondersteund door gietijzeren kolommen vormen de constructie. Ook de binnenmuren zijn origineel. Ze verdelen de lange ruimte in kleinere ruimten. Hierin vonden verschillende onderdelen van het productieproces plaats.

Bij elkaar opgeteld is de luciferfabriek een industrieel gebouw met een rijke historie, unieke details en een groot achtergebied in het centrum van Eindhoven. Genoeg redenen voor mij om mijn afstudeerproject hieraan te wijden.

Mijn eerste stap was om de fabriek en haar interieur, dat al die jaren onzichtbaar is geweest voor het publiek, te openen en zichtbaar te maken. Dit heb ik gedaan door de verbreding van de fabriek ongedaan te maken. Door het terugbrengen van het gebouw in zijn originele breedte komt de hal los te staan van de fabriek en ontstaat een nieuwe doorgang naar het achtergebied. De luciferfabriek wordt op deze manier van binnenuit geopend.

De fabriek heeft in mijn ontwerp een publieke functie gekregen met het thema eten. Vroeger was eten meer aanwezig en zichtbaar in de stad. Het voedsel kwam van het directe achterland en werd centraal op het marktplein verhandeld. Er was geen twijfel over waar producten vandaan kwamen. Dat lijkt tegenwoordig anders. Supermarkten worden ’s nachts bevoorraad met producten uit alle delen van de wereld. De consument lijkt steeds minder kennis te hebben van voedsel, de herkomst en de natuurlijke cyclus waarin producten groeien. Grote voedselproducenten verdringen de kleine ambachtelijke ondernemers. Zo ook in Eindhoven. In de binnenstad is geen bakker, slager of groenteboer meer te vinden.

Het terrein van de luciferfabriek is een ideale locatie om voedsel terug te brengen in de stad. De fabriekshal gaat als overdekte markthal fungeren. Kleine ambachtelijke ondernemers en ambulante markthandelaren kunnen hier gezamenlijk hun waren verkopen. In de oude fabriek staat de productie van voedsel centraal. In eettentjes op de begane grond kun je terecht voor een kleine maaltijd. Een verdieping hoger zijn een restaurant en een wijnbar gevestigd. Op de tweede etage is een kookacademie ondergebracht. Het gebied achter de fabriek en de hal wordt ingericht als moes- en stadstuin.

In mijn aanpak heb ik ervoor gekozen bestaande, originele structuren te handhaven en te gebruiken. Ik heb ruimten gecreëerd die flexibel kunnen worden gebruikt. Op deze manier hoop ik dat de luciferfabriek nog lang kan bestaan en tegemoet komt aan de behoeften van de inwoners van Eindhoven.” 

Robert van Middendorp (Artez, Zwolle)

De bank van morgen

 

Robert van Middendorp (24) studeerde af aan de Artez Hogeschool voor de Kunsten in Zwolle, waar hij de komende twee jaar ook de Master Interieur zal volgen. “Ik ben van mening dat ik als ontwerper een grote verantwoording draag en middels mijn werk moet bijdragen aan een schone en duurzame samenleving.”  

“Voor mijn afstuderen kreeg ik het volgende uitgangspunt: Een aantal bestuurders uit de financiële wereld heeft ‘de bank van morgen’ opgericht. Deze nieuwe instelling financiert personen, bedrijven en organisaties met een meerwaarde op sociaal en cultureel vlak of op het gebied van milieu. De directie is van mening dat ‘het nieuwe bankieren’ een afwijkende huisvesting vraagt en houdt tevens een pleidooi voor de terugkeer van het ornament, als betekenisdrager of als middel om de boodschap over te brengen.

Lokaal materiaalgebruik was eeuwenlang een van de gewoonste zaken ter wereld. Met dat in mijn achterhoofd ben ik gaan kijken naar hetgeen Zwolle rijk is. Waar hergebruik voor mij geen optie was, vanwege de onveranderende vormentaal, kwam ik al snel op het spoor van lokaal gekapt hout. Gedurende mijn afstudeerperiode heb ik alle kapvergunningen bijgehouden middels een oogstkaart alvorens ik deze verwerkte in de opgave.

Het te gebruiken pand bevindt zich aan de Grote Markt in het centrum in Zwolle en dateert uit verschillende periodes. Zo stammen de eerste en tweede verdieping uit de achttiende eeuw en de huidige gevel op de begane grond uit 1912. Om het pand weer aan de huidige energienormen te laten voldoen zijn alle plafonds voorzien van PCM om zo het gebruik van installaties tot een minimum te beperken.

Het eerder genoemde hout heb ik gebruikt om een nieuw binnenblad te creëren. Deze staat los van de bestaande situatie en vormt zo een pand op zich. Om het afval van het verkregen hout tot een minimum te beperken wordt al het restafval en onbruikbare stukken vermalen tot houtvezelisolatie waarmee het nieuwe binnenblad geïsoleerd is. De verscheidene functies die het pand herbergt komen voort uit deze wand, op enkele plekken komt hij zelfs naar buiten en gaat zo een relatie aan met het exterieur. Tijdens een regenbui zal dit hout nat worden en zullen de ramen zich openen waardoor de geur van het natte hout het pand kan betreden en de geur bijdraagt aan de beleving van de ruimte.

Tijdens mijn onderzoek naar het pand kwam ik er achter dat de locatie een behoorlijke geschiedenis heeft. Waar sporen uit het verleden vaak weggewerkt of in oude staat hersteld worden, vond ik dat ik deze meer kracht moest bijzetten om zo de geschiedenis te benadrukken. Hiervoor heb ik gekeken naar de plattegronden door de jaren heen en deze als gesmede lijnen weergegeven in de vloer van de nieuwe situatie.

Met dit project wil ik duidelijk maken waar ik sta en laten zien wat de mogelijkheden zijn binnen een kader zonder hier een zichtbaar (en te vaak gebruikt) label aan te hangen wat betreft duurzaamheid.”  

Alexandra Mohlmann (Academie Minerva, Groningen)

Common Ground

 

Alexandra Möhlmann studeerde aan de Academie Minerva van de Hanzehogeschool in Groningen. Dat ze genomineerd werd voor de BNI-prijs is voor haar een bevestiging van haar wens om interieurarchitect te worden. Tegelijk realiseert ze zich dat haar afstuderen het begin is van iets groters waarvoor ze nog veel moet leren. Ze licht haar project toe in het Engels.

“Living, to me, is not just a necessity, it is a way to express my personality. As we define ourselves not just by the way we dress or have our hair done, we also communicate our identity by using the space around us. Space becomes our third skin. Being an interior designer my overall goal is to make people feel good in their skin by underlining and emphasizing their character. To me, life is about individuals and home is their stage.


For my final project I gave myself the task to create a ‘third skin’ that suits the demands and lifestyles of Generation Y. It is designed for those people that want to live different and who want to get out of stereotyped and standardized living conditions. Communication, flexibility and networking are the core values. Living in a fast moving environment, it is important to have a place, where people turn to themselves, where they feel at home, even for a short period of time.

Statistics show that people return to the cities. Thus, cities offer qualities that attract Generation Y. That is why I based my concept on the development of a European City. Fifty years ago, the church was not only the geographical centre of the city but also the centre of social activity. Nowadays, Generation Y uses the city in a different way. Social interaction can happen almost everywhere at any time. Generation Y is flexible and that is how it wants its environment to be.

The project Common Ground that I envision, consists of living units for ultimate privacy and lots of common ground. My goal was to combine the new spirit with the history of an already existing building. The former grain silo is determined by one single and simple process; the grain is gathered in the cone and led downwards. There, it is sorted and packed in order to be exported throughout the world. This process I used as the initial starting point for the actual design of my concept.

The seven living units are situated under the roof of the silo and form the cones. They are made for either two or three inhabitants. The layout is concentrated on minimal living space. The design is simple and sober, so people are allowed to focus on themselves.

The stairs downwards outline the enhancement of the living units and lead the inhabitants to the common space on the ground floor, where communication and networking takes place. From there they are finally ‘spread’ into the world.

My major goal was to give people room to meet and communicate when and wherever they want, as for Generation Y, this is an important aspect of its every day living. Therefore I designed several platforms of different heights that all together form an even bigger platform. By this I tried do refer to what architects such as Mies van der Rohe, Walter Gropius and Le Corbusier dreamt about: ‘Life happening on a stage’. The stage functions as a white canvas that will be given colour by the inhabitants of Common Ground.

Desmond Ninaber van Eijben (AKV | St. Joost, Breda)

Brillenwinkel

 

Desmond Ninaber van Eijben (31 jaar) studeerde in deeltijd aan de AKV | St. Joost in Breda. Hiervoor volgde hij de opleiding reclame,presentatie en communicatie aan het St. Lucas in Boxtel en deed hij ervaring op bij een ontwerpbureau en als freelancer. “Interieurarchitectuuris mijn passie. Het is fijn om daar waardering voor te krijgen.”

“Mijn afstudeerproject heet Perspective 24. Ik heb gezocht naar een interessante manier om brillen in verschillende situaties het beste tot zijn recht te laten komen in een interieur dat één geheel is. Perspective 24 is een brillenwinkel die zich onderscheidt door het productaanbod en een inrichting vertaald in dagdelen. Per dagdeel verandert het productaanbod en de uitstraling. Door de coulissenwerking wordt de ruimte subtiel opgedeeld in verschilende delen. Interessante perspectieven, zichtlijnen en de transformatie in de productwand vormen samen het totaalbeeld.

Ik ben op dit idee gekomen door mijn fascinatie voor verschillende percepties van eenzelfde object, zoals vertaald in het beeld van de gefragmenteerde appel. Dit heb ik vervolgens gekoppeld aan de 'dag'. Gedurende de dag kan je bepaalde dingen ook op verschillende wijze zien, letterlijk en figuurlijk. De transformatie van dag naar nacht is van essentieel belang in het ontwerp. De wand is een samenspel van positief- negatief, verschillende extrusies, materiaal en lichteffecten. De afbeelding ‘Day en Night’ van M.C. Escher was voor mij een grote inspiratiebron.

Perspective 24 zat vol met uitdagingen, zoals het vertalen van het verloop van de dag in een functionele productwand en de daarop aansluitende omgeving. Het technische deel van de productwand is erg complex. Ik heb op een gegeven moment het stramien in de wand bepaald. Vervolgens ben ik instinctief aan de gang gegaan met het weghalen van elementen om het karakter van de dag in de wand te vertalen. Ik vind het een uitdaging om na een exacte aanpak instinctief te gaan werken om naast een schijnbare willekeur een goed esthetisch beeld te kunnen creëren.

Een bepaalde consequentie in het ontwerp vind ik belangrijk, een voorbeeld hiervan is de alsmaar terugkomende zeshoek. Die consequentie is terug te zien in de scheidingswanden, plattegrond, coulissewerking en dus zichtlijnen en in de functionele en decoratieve elementen zoals de tegels. Deze consequentie in de elementen van het ontwerp levert naar mijn mening een sterk eindresultaat tegelijk was het een uitdaging in de uitwerking van het ontwerp.”

Li Wang (Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam)

Kunstcentrum

 

In 2007 verliet Li Wang Xiamen in China om te gaan studeren aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Vier jaar later studeerde hij af. Zijn nominatie voor de BNI-prijs 2011 ziet hij als een aanmoediging. “This will be an excellent beginning for my post graduation study next year in Munich and for my ambition for the future as an architect active between Europe and China.”

“In 2010 the director of the Contemporary Art Building (CAB), a professional gallery located in the Schakalstraat near Sloterdijk in Amsterdam, invited me to design an extension for CAB. The extension needed to have five independent studios and dwellings. Each studio and dwelling being at least eighty square meters in size. The existing exhibition space and office should be retained.

The case was very attractive to me, but also challenging: CAB totally stands out from its existing industrial surroundings. What and how could a new identity be brought to the building? More specific: what context or contradiction between the existing building and the new extension would I discover in terms of my project?

Basically, my concept of the design followed two directions. First: I wanted to create an architectural rhythm according to the natural light. Second: I believe, all the existing elements in this age can go beyond their own time and space, so I wanted to create a contradictive dialogue between the existing situation and the extension.

The biggest practical difficulty I faced was that the surrounding buildings have the potential to go up to twenty meters high. So as much as I could, I wanted to avoid the situation in which CAB would be blocked in a corner with daylight only coming from the east. I decided to introduce daylight from above. In the future, if the surroundings change, the interior lighting won’t be influenced too much.

Horizontally, CAB will be in three levels: exhibition space on the ground floor, where it used to be. I kept the 60s’ original structure on purpose because it is already working perfectly for the exhibition space. Artists’ studio and administration space on the first floor, dwellings on the top floor. This order was based on the research about the need for daylight and convenient navigating in the building.

Vertically, these five new units will have different roof angles with gaps in between so that they can grab as much light as possible from the top. Five clearstories will be made on each unit going down from top floor all the way to the bottom, thus leading the daylight into each of the spaces. The positions of the clearstories were randomly in the gap between the original constructions, which directly represented the need for the new extension.

Today architectural design is no longer following the order: landscape, city planning, exteriors and interiors. On the contrary, simply changing interiors can bring a new identity. I think the new program involved in CAB will bring something extra into its neighborhoods.”  

Rosanne Talle (HKU, Utrecht)

Interieur & poëzie

 

Rosanne Talle (26) studeerde af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, waar ze nu ook de Master Interieurarchitectuur doet. Daarnaast werkt ze een aantal dagen per week bij OIII Architecten in Amsterdam. “Ik vind het een eer dat ik genomineerd ben voor de BNI-prijs. Dat er met enthousiasme op mijn afstudeerprojecten gereageerd wordt, geeft mij veel voldoening.”

“Het mooiste aan het vak interieurarchitectuur vind ik dat je als ontwerper een verhaal kunt vertellen en een beleving kan laten ontstaan. Dit geeft een extra dimensie aan het vak. Ook poëzie bevat een extra laag, een boodschap, een verhaal. Er worden nieuwe verbanden gelegd. Mijn fascinatie voor de raakvlakken tussen interieurarchitectuur en poëzie vormt het uitgangspunt voor mijn afstudeerprojecten. Mijn doel was mensen door middel van interieurarchitectuur en poëzie met elkaar in contact te laten komen. Voor beide projecten heb ik een gedicht als uitgangspunt gekozen voor het ontwerp.

Ik heb ervoor gekozen om mijn projecten in een verbouwde scheepswerf in Amsterdam Noord te situeren omdat dit pand mij aanspreekt door de prachtige ligging, de interactie met het water en de krachtige uitstraling. Van buiten is het een vrij gesloten pand maar van binnen heeft het pand ontzettend veel te bieden op het gebied van ruimte, materiaal en licht.

Ik heb de relatie tussen interieurarchitectuur en poëzie op twee manieren benaderd. Als eerste heb ik een entreegebied ontworpen voor een multifunctioneel pand met expositieruimtes, horecagelegenheid en congresgebied. Poëzie en architectuur ontmoeten elkaar, beïnvloeden elkaar, reageren op elkaar en smelten samen op plekken van functies. De architectuur vormt de basis, is krachtig en helder. Poëzie vertelt. Als gebruiker neem je een eigen plek in en word je door het entreegebied gestuurd zoals een dichter je meeneemt in een gedicht.

Als tweede project heb ik een ontwerp gemaakt dat een abstractie is van een gedicht. Een expositieruimte, horecagelegenheid en congresgebied. Mijn visie vertaald naar de ervaring van ruimte. Zonder de letterlijke aanwezigheid van tekst, wordt de gebruiker gestuurd door nieuwsgierigheid, licht en materiaal.

Zo heb ik met mijn afstudeerprojecten op twee verschillende manieren een ontmoeting gecreëerd tussen poëzie en interieurarchitectuur.

BNI-prijs 2010

De BNI-prijs 2010 werd gewonnen door Bram Vromans. Een eervolle vermelding ging naar Gabor Disberg.

Bram Vromans (KABK Den Haag)

Popschool Scheveningen

"Ik heb een popschool ontworpen in het gebouw de Visafslag in Scheveningen. In de visloods (een in een reeks van twintig) wilde ik een parallel trekken tussen de ritmiek van het gebouw en die van de muziek. De popschool is een creatieve omgeving waarin de passie voor muziek gedeeld wordt. In de popschool kunnen studenten individueel muzieklessen volgen, oefenen met een band en optredens geven voor publiek.
Toen ik zelf drumlessen volgde, vond ik het gebouw waarin ik mijn lessen kreeg erg gesloten: een trappenhuis met gesloten kamers. Je hoorde wel muziekgeluiden, maar zag de andere studenten amper. Dat vond ik jammer. Met dit in het achterhoofd heb ik een concept bedacht dat voor de muzikant(en) niet alleen functioneel is, maar ook inspireert en motiveert. De met hout beklede studio’s ‘zweven’ in het gebouw en komen los van de vloer en wanden zodat de ruimte eromheen werkt als geluidsbuffer. De bestaande schuine vloer, die diende voor de afwatering richting zee, heb ik voor een deel gebruikt voor het publiek, zo kijk je mooi over elkaar heen naar het podium. De studio’s ‘kijken’ naar elkaar waardoor er onderling contact is met de studenten, dit bevordert het samenspelen. Daarnaast kunnen de studenten wennen aan het spelen met publiek, dit verlaagt de drempel naar het podium. 
De facilitaire functies zijn samengesmolten met het bestaande gebouw waardoor de aandacht gericht blijft op de creatieve functies. De schuine vormgeving van de studio’s zorgt voor een betere akoestiek/geluidsweerkaatsing en geeft een tegenstelling met het bestaande interieur van de Visafslag."

Gabor Disberg (Gerrit Rietveld Amsterdam)

Flexibele architectuur

"Mijn afstudeerproject is een dynamische, drijvende ruimte met een niet nader gespecificeerd programma. De uitgangspunten bij dit project waren het gebruik maken van de vrijheid van beweging op water, en mijn scriptie onderzoek naar flexibele architectuur. Daarin kom ik tot de conclusie dat flexibiliteit niet in de fysieke aanpasbaarheid van een gebouw zit, maar in de perceptie die de gebruiker van een gebouw heeft over de mogelijkheden die een ruimte biedt. 
Het gebouw kan door middel van zonnecellen en afhankelijk van het aantal zonne-uren, ballasttanks vullen en leeg pompen. Hierdoor verandert de stand van het gebouw in het water en veranderen de vloeren in muren, muren in plafonds en plafonds in vloeren. In elke stand onthult dezelfde fysieke ruimtelijke structuur een totaal andere ruimtelijke beleving, waardoor de gebruiker in staat is om telkens opnieuw de architectonische betekenis uit te vinden."

Angela van Gils (Artez, Zwolle)

Van sieraad tot stedenbouwkundig plan

"Mijn afstuderen bestond uit drie opdrachten: een scriptie, een praktijkopdracht en een individuele opdracht. In mijn scriptie onderzocht ik details en sieraden. Mijn onderzoeksvraag was: Hoe kunnen details dienen als sieraden van de architectuur. In mijn individuele opdracht heb ik deze vraag verder uitgediept. Ik ben sieraden gaan maken van materialen die je in de architectuur ook terug ziet. Ik keek naar materiaal, vorm, gevoel en het belangrijkste: de samenwerking met het menselijke lichaam. De praktijkopdracht was een wat ingewikkelder geheel. In een bestaand pand te Zwolle, moest een agrarisch centrum komen. Deze bestond uit een winkel, bar, restaurant en park of tuin. In dit agrarisch centrum kwamen acht moeilijk opvoedbare jongeren te wonen. Deze jongeren werden in een woon/werk traject geplaatst, waardoor ze later gemakkelijker terug de maatschappij in konden. Als extra thema moesten we ‘de vervaging tussen de stad en het platteland’ meenemen. 
In mijn ontwerp heb ik alle bestaande parken met elkaar verbonden door er stroken en parken tussen te maken. Het agrarisch centrum maakt hier deel van uit. In het centrum creëerde ik een natuurlijk verloop tussen de verschillende functies door ronde wanden en elementen in de ruimte te zetten. Een mens loopt namelijk nooit in een hoek van negentig graden. Deze ronde vormentaal zie je in al mijn ontwerpen terug. Het laatste half jaar van mijn studie heb ik alles gegeven en ik denk dat ik trots mag zijn op het eindresultaat.Ik ben blij dat ik door de BNI genomineerd ben en mijn pan landelijk mag presenteren. Een hele eer."

Eva Rius van Teeseling (WdKA Rotterdam)

Fysieke ontmoetingen

"Ik heb een flagship store ontworpen voor de nrc.next. Dit idee ontstond toen ik me verdiepte in de geschiedenis en sociale invloed van het monumentale pand dat in 1874 gebouwd werd voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. De link naar de hedendaagse krantencultuur was gauw gelegd. Het krantenaanbod is groot. Politieke en culturele achtergrond zijn medebepalend voor wat iemand leest en ziet. Niet iedereen neemt aan wat hem of haar wordt voorgeschoteld. Niet iedereen is geïnteresseerd in debatteren. En niet iedereen neemt de tijd om een krant te lezen. Daarom is diversiteit van groot belang voor het slagen van een krant. 
Om deze diversiteit te kunnen bieden heb ik een flagship store ontworpen: een fysieke ontmoetingsplek voor nrc.next. Het dient als discussieplatform, waar het publieke debat wordt aangewakkerd. Maar ook als landschap voor de verschillende kranten die Nederland rijk is. Aan de basis van mijn ontwerpen ligt altijd het ontmoeten: ik ontwerp plekken waar mensen elkaar fysiek tegenkomen. Dit sociale aspect komt voort uit mijn wens om mensen met verschillende culturele achtergronden samen te brengen."

Joep Esseling (ABK Maastricht)

Boeken in een bunker

"Midden in Berlijn bevindt zich, als overblijfsel van de Tweede Wereldoorlog, een bunker. Deze bunker is als een ui opgebouwd uit drie lagen, bestaande uit een kern, een tussenruimte en een schil. De twee meter massieve schil was de belangrijkste laag omdat deze de inzittenden beschermde tegen luchtaanvallen. 
In mijn ontwerp krijgt de bunker een nieuwe bestemming. Binnen de schil ontstaat een leven vol kunstboeken: de Kunstboekerij. De dikke schil beschermt tegen de drukte van de stad. In de kern ontstaat een geheel stille ruimte, een leeszaal, volledig afgesloten van de binnenstad. Het nieuwe leven in de bunker is vormgegeven door middel van fragiele lijnen in de vorm van een kom. In het laagste punt van die kom wordt enerzijds de oorspronkelijke functie van de bunker benadrukt: het centrale punt van bescherming in de stad. Anderzijds het centrum van culturele informatie in de stad: de bibliotheek. Bunkers worden in Berlijn door naoorlogse generaties ervaren als een lastige confrontatie. Tegelijkertijd worden ze openbaar gemaakt en geïnstalleerd als toeristische attracties. Hierdoor gaat naar mijn mening een groot deel van de bunkerervaring verloren. De gebouwen dienen alleen nog als decor uit het verleden."

Roos Zondervan (AKV | St. Joost Breda)

Herbestemming bankgebouw

"Tijdens mijn zoektocht naar een geschikt pand voor mijn afstudeerproject trok het nieuwbouwproject van architectenbureau O.M.A mijn aandacht. O.M.A werkt al lange tijd aan het ontwerp van een kubus waarin zich winkels, woningen, kantoren en een cultureel centrum zullen vestigen. Het Abn Amro bankgebouw, dat ontworpen is door de architect H.F. Merthens voor de Rotterdamse bankvereniging, zal geïntegreerd worden in dit nieuwbouwproject. De herbestemming van dit monumentale bankgebouw aan de Coolsingel, werd mijn afstudeerproject. 
Het bankgebouw is omringd door de grote winkelstraten van Rotterdam. Door een passage te creëren in het gebouw worden winkelstraten zoals de beurstraverse en de binnenweg met elkaar verbonden. Met 11400 vierkante meter oppervlakte biedt het bankgebouw onderdak aan een groot aantal winkels. De keuze voor winkels komt voort uit een wens van Rotterdam: een duur en luxueus winkelgebied. Door de status die het uitstraalt, leent het bankgebouw zich hier perfect voor. 
In het gebouw heb ik veel aandacht besteed aan de kolomconstructie en het daglicht dat binnenvalt door hoge raampartijen en lichtstraten, die nog altijd aanwezig zijn maar schuil gaan achter systeemwanden en plafonds. Waar het gebouw nu wegvalt, zal het in de toekomst het middelpunt vormen."

Kim Wildhagen (Hanzehogeschool Groningen)

Seinhuis voor backpackers

"Elke dag kwam ik langs het station in Groningen. Het oude seinhuis, dat door automatisering in de jaren '80 al jaren leeg staat, maakte mij nieuwsgierig. Dus toen ik voor mijn eindexamen zelf een opdracht mocht samenstellen, greep ik de kans om mijn interesse voor herbestemming van industrieel erfgoed aan dit oude seinhuis te koppelen. Een nieuwe functie voor het seinhuis, betekent dat het pand behouden blijft.
Doordat Groningen een culturele poort is voor het internationale treinverkeer, wordt de stad veelal bezocht door backpackers. De ligging van het seinhuis op het station, punt van aankomst en vertrek, maakt het pand uitermate geschikt als slaap- en verblijfsruimte voor backpackers. Omdat het seinhuis industrieel erfgoed is, moet het pand in oorspronkelijke staat behouden blijven. Het nieuwe interieur dient met respect voor het originele gebouw geplaatst te worden.In de levensstijl van de backpacker is comfort geen prioriteit; backpackers nemen genoegen met minimale slaap- en verblijfsruimtes tijdens de reis. In mijn ontwerp benadruk ik de ontmoeting tussen de bestaande ruimte en het nieuwe interieur. Dit doe ik door de structuur en vorm van het seinhuis zichtbaar te laten, en het interieur als object een meter van de bestaande muur te plaatsen. De verschillende interieurobjecten zijn vormgegeven door de functies in minimale lijnen weer te geven, waarbij hoogte en diepte afhankelijk zijn van het doel waarvoor ze gebruikt worden. Alle objecten bestaan uit gerecycled kunststof omdat dit uitermate geschikt is voor intensief gebruik en het idee van herbestemming benadrukt."

Marieke van Dijk (HKU Utrecht)

Treincoupé van de toekomst

"Als de toegang tot informatie onafhankelijk is van plaats en tijd, wat voor effect heeft dit dan op de fysieke, mentale en virtuele ruimte? Naar aanleiding van deze vraag heb ik een visie geschreven over hoe werken en leven er in de toekomst uit zullen zien. Door de ontwikkeling van de digitale techniek kunnen we altijd en overal werken. Dit heef effect op onze levensstijl: de grens tussen werk en privé vervaagt. Wat betekent dit voor de architectuur? De functie van het kantoor zal veranderen, in plaats van een dagelijkse werkplek zal het een plek worden om andere werkende individuen te ontmoeten. Een zakelijke ontmoetingsplek. Als je altijd en overal kan werken, waarom niet onderweg? In de werkcoupé van de toekomst staat de balans tussen reizen en werken centraal. Ieder individu kan naar aanleiding van zijn werk en persoonlijke wensen een plek creëren binnen de reizende trein. De belangrijkste inspiratiebron voor deze coupé was de beweging van de trein. Door de beweging die de trein van buiten uitstraalt te transformeren naar het interieur, ontstaat een stimulerende werkruimte."