magazine

'Vragen stellen is essentieel'

tekst: Frederike Bax
beeld: dJGA Iemke Ruige (projecten) en Rense Gmelig (portretten)

Als hoofd interieurafdeling bij de Jong Gortemaker Algra is Franke van den Broek verantwoordelijk voor de interieurprojecten van het architectenbureau. Ze geeft leiding aan zes interieurarchitecten en -tekenaars en dat betekent veel plannen, coördineren, afstemmen en overleggen. “Ik  houd de grote lijnen in de gaten, geef extra input als dat nodig is, maar  hoef niet alles  in detail te weten.”

Welke rol speelt de interieurafdeling op het bureau?
“De Jong Gortemaker Algra is een groot multidisciplinair bureau. Er werken architecten, tekenaars, projectmanagers, bestekschrijvers, constructeurs, ongeveer honderd man. De interieurafdeling  heeft  twee hoofdtaken. Het ontwerp van de hele ‘look & feel’ van de interieurs met kleuren, accenten, routing en dergelijke in relatie tot de architectuur.  En daarnaast het ontwerp en  de uitwerking tot op bestekniveau van alle vaste inrichtingen in een project. Met zeven personen is de interieurafdeling relatief klein. Elke interieurarchitect werkt dan ook aan meerdere projecten tegelijk. De afgelopen jaren heeft het interieurteam heel hard gewerkt onder hoge druk. En dat hoort ook zo. We boeken mooie resultaten. We mogen wat dat betreft best wat minder bescheiden zijn en trots zijn op onszelf.” 

Is bescheidenheid typisch voor interieurarchitecten?
“Als interieurarchitect balanceer je altijd tussen je rol als expert als het over beleving, ontwerpeffecten en  identiteit gaat, en die van teamspeler en luisteraar om de nodige detailinformatie te halen. In die laatste rol zit bescheidenheid ingebakken, met als risico dat het kan worden ervaren als ‘vragen wat je moet maken’. Daarom is het belangrijk om sterke beelduitgangspunten voor een project te kiezen en die uitgebreid te presenteren. Ik noem dat inlevingsvermogen en verbeeldingskracht.”

Wat is de meerwaarde van de interieurarchitect?
“Interieurarchitecten zorgen ervoor dat een gebouw en zijn gebruiker(s) ‘elkaar ontmoeten’; we creëren een schaal die daar tussenin ligt en we zorgen met beeldtaal  - vorm, kleur, licht en tactiliteit - dat het interieurkarakter past bij de gebruiker. In een ziekenhuis bijvoorbeeld heb je niet alleen te maken met patiënten, maar ook met bezoekers, verpleegkundigen en dokters. Die moeten zich allemaal prettig voelen in het gebouw. De interieurarchitect stelt zichzelf daarom continu de vraag hoe de verschillende gebruikers de omgeving ervaren, hoe zij zich voelen en wat zij nodig hebben. Vragen stellen is essentieel.”

Wat voor karakter moet een ziekenhuis hebben?
“Een ziekenhuis moet functioneel zijn, maar ook ruimte bieden voor individuele aandacht en emotionele veiligheid. Een kankerpatiënt vertelde me dat hij de route naar de bestralingsruimte in een ziekenhuis als beangstigend ervaren had. Bestralingsruimtes hebben wanden van een meter dik en worden daarom vaak in de kelder van een ziekenhuis  geplaatst. Voor de patiënt betekent dit dat hij door een donkere gang naar een soort ondergrondse bunker moet. Als architectenbureau doe je hier iets mee . In een bestaande situatie proberen we de route naar de bunker prettiger te maken. Bij nieuwbouw zorgen onze  architecten in de basis voor betere omstandigheden en de interieurafdeling vult dat aan met bijvoorbeeld visuele afleiding, akoestiek en licht.”

Wilde je altijd al interieurarchitect worden?
“Als kind had ik al wel talent voor compositie, vorm en kleur. Ik hield me bezig met wat ik wel of niet mooi vond en waarom en was geïnteresseerd in mijn omgeving. Een kunstenares in mijn directe omgeving inspireerde me en door het bouwbedrijf van mijn ouders kwam ik al vroeg in aanraking met de bouwwereld. Op mijn vijftiende wist ik wat ik wilde worden en dat ben ik ook geworden.”

Vind je dat je al veel bereikt hebt?
“Ik vind dat ik in de vijfentwintig jaar die ik tot nu toe gewerkt heb, veel bereikt heb. Ik ben  trots op de kwaliteit die ik geleverd heb. Ik vind het geweldig dat ik grote gebouwen, zoals woonzorgcentrum Scharwyerveld in Maastricht en ziekenhuis Bernhoven in Uden, aan de binnenkant een karakter kan meegeven. Tegelijk voelt een mooi trapdetail in een woning ook als ‘succes’. Het geeft me energie om zowel sturend als ontwerpend aan grote projecten te werken. Wat ik ook fijn vind, is dat ik altijd mijn brood heb kunnen verdienen  in dit conjunctuurgevoelige vak. Bovendien heb ik door het vak een persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. Ik heb bijvoorbeeld geleerd  dat je doelen op heel verschillende manieren kunt bereiken. Hoe je creatieve processen aanpakt en dat het werkt om ieders persoonlijke drive voor kwaliteit aan te spreken. En dat je altijd moet vertrouwen op de balans tussen hart en hoofd”.

Op welk project ben je trots?
“Een mooi project dat in december vorig jaar werd opgeleverd is BW Volgerlanden in Hendrik Ido Ambacht. De Volgerlanden is een instelling die onderdak biedt aan zestig psychiatrische patiënten die langdurig hulp nodig hebben. In dit soort instellingen krijgen cliënten meestal een eigen kamer  en kunnen ze daarnaast gebruik maken van een gemeenschappelijke zaal. Bij de Volgerlanden hebben we het anders gedaan. De belangrijkste uitgangspunten waren meer zelfstandigheid en meer keuzevrijheid. Cliënten kregen ieder een eigen appartementje. En om het maken van keuzes te stimuleren, kregen de collectieve ruimtes verschillend  identiteiten, met meer of minder prikkels.”

Wat was voor jou de uitdaging bij dit project?
“De ontwerpuitdaging was voor deze groep mensen mooie volwassen ruimtes te maken die hen stimuleren aan het leven deel te nemen. ‘Mooi ‘ staat hier in het teken van diversiteit, van gewoon zijn, van een woongemeenschap creëren. De praktische uitdaging was het  totaalconcept van diversiteit tot het einde toe vast te houden, ook bij partijen die gaandeweg instroomden en soms door ons, soms door de aannemer en soms door de opdrachtgever werden betrokken. Visuele regie houden over leveranties van allerlei partijen dus.”

Wat maakt het vak leuk?
“Als interieurarchitect moet je met veel partijen samenwerken en van veel verschillende zaken kennis hebben en overzicht houden. Je moet een beetje psycholoog zijn, kennis hebben van materialen en technieken, op de hoogte zijn van modebeelden, de nieuwste producten, en bredere maatschappelijke trends, zoals duurzaamheid, vergrijzing,  het Nieuwe Werken en digitale informatie, kunnen omzetten in concrete oplossingen. Je werkt vaak in sectoren en organisaties die met vernieuwing en kwaliteit van hun eigen werk bezig zijn en dat is inspirerend. Het aandragen van een ruimtelijke oplossing voor een organisatorische knoop geeft voldoening, iets moois maken waar mensen blij van worden ook. Die diversiteit maakt het vak spannend en interessant.”

Hoe zorg je dat je kennis  up-to-date is?
“Door veel te doen en te beseffen waarom je het doet. En door constant een lerende houding aan te nemen en nieuwsgierig te zijn. Een goed voorbeeld is het Building Information Model (BIM). In de architectuur en bouwpraktijk heeft het werken met zo’n model grote voordelen. Het stimuleert bijvoorbeeld een betere samenwerking tussen disciplines en daarmee een betere kwaliteit. Hoewel architecten, installateurs en constructeurs steeds vaker werken met BIM, hoor je nog weinig over interieurtoepassingen. Dat de software tekort schiet is geen argument. Wij, interieurarchitecten, moeten zelf onze kennis en kunde erin stoppen! We moeten meedoen en zoeken naar oplossingen zodat we een volledige rol blijven spelen en niet aan de zijlijn komen te staan.“

Franke van den Broek
BNI-lid van 1991 tot 1998 en sinds 2007

Franke van den Broek (48) werd geboren en groeide op in Bakel (Noord-Brabant). In 1982 ging ze naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam om interieurarchitectuur te studeren. Vijf jaar later studeerde ze af. De eerste jaren werkte ze via uitzendbureau’s en freelance en in kleine eigen projecten. Tussen 1991 en 1995 werkte ze bij Ank van der Meer, met wie ze in 1995 samen het bureau DIA de interieurarchitecten startte. Zes jaar later kwam de derde partner Eveline Hinfelaar erbij en veranderde de bureaunaam in INEEN Ontwerp interieurarchitectuur en expodesign. In de loop van haar carrière bouwde ze kennis op in de sectoren retail, standontwerp, kantoren en  het Nieuwe Werken,  onderwijs, openbare ruimte en de zorgsector.

Sinds 2007 werkt Van den Broek bij dJGA, een multidisciplinair bureau gespecialiseerd in  ziekenhuizen, zorg- en onderwijsinstellingen en kantoren. Recente projecten van dJGA zijn het kinderziekenhuis Prinses Elisabeth in Gent, High Care van Stichting Rivierduinen in Oegstgeest , een kantoor voor de backoffice van de Rotterdam School of Management en Basisschool De Stromen in Alphen aan den Rijn. Meer over dJGA op www.djga.nl.