magazine

Rabo Unplugged

tekst: Rogier van Koetsveld
beeld: Rabobank Nederland

In de afgelopen acht jaar heeft Rabobank Nederland een nieuwe werkstijl ontwikkeld: Rabo Unplugged. Om tot deze werkstijl te komen werkten opdrachtgever, interieurarchitect en werkstijlontwikkelaar nauw samen. Rogier van Koetsveld van Veldhoen + Company licht het ontwikkelingsproces toe vanuit zijn rol als werkstijladviseur.

Rabo Unplugged, de nieuwe werkstijl van Rabobank Nederland, beschrijft en verbindt de manier waarop medewerkers samenwerken en hoe ze de ICT-middelen en de werkomgeving (gebouw en inrichting) gebruiken. Het is in meerdere opzichten een innovatief project. Er is lang en vanaf scratch nagedacht over de werkstijl en de interieurarchitect heeft een ontwerp gemaakt dat het gemiddelde HNW-niveau overstijgt.

HNW
De ontwikkeling van Rabo Unplugged duurde van 2004 tot 2012. In de eerste jaren werden verkenningen uitgevoerd, vanuit de metafoor ‘de Rabostad’. De ambitie van Rabobank met HNW werd benoemd en de werkstijl uitgewerkt. Eind 2006 zag de naam Rabo Unplugged het licht. Diverse onderzoeken zoals een benuttingsgraadmeting volgden. Gelijktijdig werd nagedacht over het programma van eisen voor de inrichting, de ICT-voorzieningen die daarbij horen en de wijze waarop de organisatie unplugged moest worden. Van 2007 tot 2010 werd het programma van eisen voor de activiteit gerelateerde werkomgeving vertaald naar een definitief ontwerp voor het interieur onder leiding van Sander Architecten.

Terwijl het gebouw aan de Croeselaan in Utrecht werd gebouwd en ingericht, werd aan de Beneluxlaan een pilotomgeving gemaakt. De eerste afdelingen gingen daar op de nieuwe manier werken. Halverwege 2011 werd het gemeenschappelijke plein onderin het gebouw op de Croeselaan in gebruik genomen, eind 2011 het hele gebouw.

Creatieve vrijheid
De samenwerking tussen de opdrachtgever, de interieurarchitect en de werkstijlontwikkelaar was erop gericht om een aantal zaken goed te regelen. Hoe houdt de interieurarchitect maximale creatieve vrijheid binnen het stramien van een activiteit gerelateerde kantoorvloer? Hoe zorgen we voor een programma van eisen dat de abstracte organisatiedoelen vertaalt in een voldoende richtinggevende briefing? Hoe houden we het kader voor de interieurarchitect helder, terwijl de werkstijl met grote groepen medewerkers wordt ontwikkeld?

Uit de tijdlijn blijkt dat de werkstijlontwikkelaar niet alleen gedurende de ontwerpfase, maar ook in de drie jaar ervoor intensief met de opdrachtgever samenwerkte om bovenstaande vragen te beantwoorden. Het kader voor de interieurarchitect bestond uit een aantal onderdelen: het gebouw als stad, kwantitatieve kaders voor de werkomgeving en specificaties van de werkplek.

Het gebouw als stad
Het ‘gebouw als stad’ is een goede metafoor voor een gebouw waarin mensen tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Zowel het gebouwontwerp van Kraaijvanger Urbis als het interieurontwerp van Sander Architecten werden gebaseerd op deze metafoor. De gebieden direct achter de entrees vormen het stadscentrum, gericht op ontmoeten. De verdiepingen daarboven zijn de buitenwijken, die elk op hun beurt een wijkcentrum hebben. Deze drie niveaus werden voorzien van diverse faciliteiten, waardoor medewerkers er alle gewenste activiteiten kunnen uitvoeren. Er zijn wel accentverschillen: stadscentrum en wijkcentra zijn vooral gericht op samenwerking, terwijl in de buitenwijken individuele activiteiten centraal staan.

De werkomgeving
Hoe definieer je een werkomgeving die de bedrijfsdoelstellingen maximaal ondersteunt en de medewerkers optimaal faciliteert? Door terug te gaan naar de kern van het werk. Door te kijken naar de activiteiten en daar te beginnen. Een aantal activiteiten komt in alle organisaties terug. Zoals informeren en coördineren, of kennis bundelen en samenwerken. De verhouding waarin ze voorkomen is steeds weer anders. Maar het zijn uiteindelijk de activiteiten die de eisen stellen aan de inrichting en aan de ordening van vloeren en complete gebouwen. Door toekomstige activiteiten als uitgangspunt te nemen voor de ordening in een gebouw, ondersteunt het gebouw alle mogelijke samenwerkingsverbanden. Nu en in de toekomst. Niet alleen die van de formele, hiërarchische vorm, maar ook de vele informele netwerken. Activiteitenanalyses, toekomstbespiegelingen, benuttingsgraadmeting. Allerlei onderzoeken hebben uiteindelijk geleid tot exacte kwantitatieve kaders voor de werkomgeving: hoeveel werkplekken met welke specificaties op welke verdieping.

De werkplek
Naast de gebruikelijke specificaties vanuit ergonomisch of onderhoudsoogpunt is er over activiteitgerichte werkplekken veel meer te zeggen. Vaak worden deze werkplekken direct als oplossing geschetst: een ‘cockpit’ of een ‘loungeplek’. Zo niet bij Rabo Unplugged. Voor Unplugged werd elke werkplek gekarakteriseerd aan de hand van drie kenmerken die samen (bewust of onbewust) bepalen voor welke activiteit de werkplek het best geschikt is: Zicht, Akoestiek en Beleving, oftewel ZAB.

Als ik op een plek ga zitten, ben ik dan te zien of te horen? Of andersom, hoor ik dan mijn collega’s en kan ik ze wel of niet zien? En wil ik mijn werk doen in een ruimte die me inspireert, of juist een waarbij ik zo min mogelijk afgeleid word door mijn omgeving? Per activiteit is op basis van deze driedeling een set aan eisen omschreven, als briefing voor de interieurarchitect.

Mensen centraal
Veel opdrachtgevers die HNW omarmen, gaan ervan uit dat excellent ondernemen en organiseren verder gaat dan klantgericht denken, perfecte processen of slimme systemen. Organisaties die het nu en in de toekomst willen maken, stellen hun mensen centraal. En niet alleen hun kenniswerkers, informatieverwerkers of generatie-Y medewerkers, maar ál hun mensen. Van financieel talent tot en met gastvrouw, van productieassistent tot en met CEO. Hoe laat je mensen optimaal werken en samenwerken? Hoe wordt en blijft werken betekenisvol en zijn mensen de bron van een organisatie? Hoe ontketen je talenten en maak je duurzaam winnende teams?

Het met de opdrachtgever definiëren van een werkstijl, met daarin specificaties zoals hierboven beschreven maken het voor de interieurarchitect mogelijk om een maximale creatieve bijdrage te leveren aan enerzijds de functionele werkplekken maar vooral aan de beleving, sfeer en gevoel dat de werkomgeving uitdraagt.

Samenvattend: een rijke beschrijving van de werkstijl van de opdrachtgever is de verbindende schakel tussen de (doelen van) de opdrachtgever en (het ontwerp) van de interieurarchitect. Geen standaard vloertje HNW maar een maatwerkoplossing die enerzijds de functionele behoeften afdekt en anderzijds een beleving biedt die perfect past bij de opdrachtgever.

Rogier van Koetsveld
Veldhoen + Company

Rogier van Koetsveld is als senior adviseur bij Veldhoen + Company verantwoordelijk voor werkstijlprojecten. Recente opdrachtgevers waren een aantal financiële dienstverleners en een grote gemeente. Veldhoen + Company begeleidt organisaties in het ontwikkelen en implementeren van tijd- en plaatsonafhankelijke innovatieve werkconcepten. Dat doet het bedrijf al twintig jaar voor meer dan honderd opdrachtgevers in Nederland en ver daarbuiten. Het overziet het werkgebied dat HNW heet en neemt de opdrachtgever daarin bij de hand. Met de opdrachtgever stimuleert Veldhoen de verandering van de manier waarop medewerkers met elkaar, met informatie en met middelen werken. Het bedrijf gelooft dat verandering mogelijk is en blijft in deze soms lange processen enthousiast betrokken. Want mensen willen veranderen als ze daarmee beter invulling kunnen geven aan een van de belangrijkste zaken in hun leven: werk. Veldhoen helpt veerkrachtige organisaties te creëren waar talentvolle mensen graag werken.