magazine

'Ik volg mijn hart'

tekst: Frederike Bax
beeld: Eric Kampherbeek

Kees Marcelis zit ruim twintig jaar in het vak. Met tien medewerkers en vijftig lopende projecten gaat zijn studio als een speer. Marcelis moet creëren. Een gebouw, een interieur of een meubel, dat maakt niet uit: “Ik ben ontwerper, ik ontwerp.”  

Waar moet een goed ontwerp aan voldoen?
“Twintig jaar geleden was ik in Milaan in een oude garage waar Cappellini - toonaangevend in die tijd - een nieuwe collectie meubelen presenteerde. De garage was schaars verlicht, er klonk Arabische muziek en op de grond lag een grindlaag van  wel vijftien centimeter dik. Om de meubels te bekijken, liepen de bezoekers door het knarsende grind dat doorklonk in de muziek. Het maakte diepe indruk op mij. Het totaalbeeld klopte. En dat is precies waaraan een ontwerp moet voldoen. Het moet niet alleen een mooi plaatje zijn.”

Hoe zorg je ervoor dat het totaal klopt?
“Door te vertrouwen op mijn gevoel voor materialen, kleuren, sferen en verhoudingen. Als je dat gevoel niet hebt, kun je geen goed ontwerp maken. Ik kwam ooit op een feestje in gesprek met Edwin Rutten (ome Willem) en hij wist dat gevoel precies te duiden. Toen ik vertelde dat ik architect ben en dat ik daarnaast net als hij kan drummen, zei hij: ‘Dus jij kan die gevel drummen’. ‘Ja’ antwoordde ik, ‘Ik kan die gevel drummen’.”

Architectuur is als muziek…?
“Een gebouw is een ontwerp, maar een muziekstuk, een decor of een dans ook. Een componist of een choreograaf is net als een interieurarchitect een ontwerper en moet dat zelfde gevoel voor verhoudingen en sferen hebben. Helaas zijn er volop architecten die het niet hebben en zich laten leiden door commercie. Kijk maar om je heen. Het aantal goede ontwerpen is zeldzaam en de eenheidsworst groot.”

Nooit de neiging gehad voor het geld te gaan?
“Nee. Ik volg mijn hart. Ik blijf trouw aan mezelf en aan mijn opdrachtgevers, en dat levert me volop werk op. Van de crisis merk ik niets. Juist de afgelopen twee jaar is het hard gegaan. Ik kreeg steeds meer opdrachten. Ik heb nu vijftig projecten lopen variërend van het ontwerpen van een reling voor een Duitse fabrikant tot het ontwerpen van een complete villa in Luxemburg” 

Hoe is de taakverdeling binnen je bureau?
“Mijn studio bestaat inmiddels uit tien medewerkers. Een zakelijk manager, twee interieurarchitecten, een architect, drie medewerkers die interieurarchitect én architect zijn, een marketingmedewerker, een secretaresse en ik. Per project wordt een team samengesteld dat bij voorkeur bestaat uit minimaal een interieurarchitect en een architect. Zelf bemoei ik me met ieder ontwerp. Vooral vooraf en ook later tijdens ons wekelijks werkoverleg.”

Kunnen interieurarchitect en architect niet zonder elkaar?
“Ik speelde jarenlang in een band. Als drummer had ik mijn eigen taal, maar samen met de andere bandleden ontstond muziek. Net als de leden van een band kunnen ook interieurarchitecten en architecten elkaar aanvullen, versterken en prikkelen. Helaas gebeurt dat niet altijd. En zijn er architecten die zichzelf boven de interieurarchitect plaatsen; als ik te maken heb met een architect die helemaal in het zwart gekleed gaat, ben ik op mijn hoede, ha ha.”

Was je als kind al aan het ontwerpen?
“Nee, ik ben een laatbloeier. Als kind werd ik voor dom gehouden, maar eigenlijk paste ik gewoon niet in het schoolsysteem. Ik was een dromer. Ik dacht in beelden. Vanuit school en vanuit mijn familie werd ik al als tiener richting de doe-het-zelf zaak van mijn ouders geloodst. Ik heb er jaren gewerkt. Toen ik een jaar of twintig was, kwam in de zaak een interieuradviseur langs. Ik heb met open mond naar hem geluisterd. Ineens wist ik wat ik wilde. Twee maanden later zat ik op de Stichting Hout- en Meubileringscollege in Arnhem. Drie jaar later ging ik naar de kunstacademie in Utrecht.” 

Hoe was het om weer naar school te gaan?
“Op school vond ik waar ik al heel lang naar zocht. Naast school bleef ik werken in de zaak van mijn ouders. Dat zag ik toen als een beperking: ik had geen tijd om mooie maquettes te maken zoals mijn medestudenten. Toch heb ik uiteindelijk veel profijt gehad van mijn werkervaring. Ik leerde wat ondernemen is en hoe je met klanten omgaat. Ik kan kleuren mengen, weet hoe dingen werken en sta dus regelmatig op de bouw uitleg te geven.”

 Hoe zie je de relatie tussen (interieur)architect en opdrachtgever?
“Om een project tot een succes te maken is een goede relatie tussen ontwerper en opdrachtgever essentieel. Daartoe moet je als ontwerper in de huid van de opdrachtgever kruipen. Naarmate ik ouder wordt, meer mensenkennis en ervaring heb, lukt me dat steeds beter. Als een project niet bij me past, of als er geen klik is met de opdrachtgever dan neem ik een project niet aan. In een eerste gesprek met een opdrachtgever benadruk ik altijd dat de opdrachtgever het ook aan moet geven wanneer hij een samenwerking toch niet ziet zitten. Er moet wederzijds vertrouwen zijn.”  

Wat is de rol van de opdrachtgever in het ontwerpproces?
“Die rol kan heel groot zijn. Voor een woning in Arnhem had ik te maken met een opdrachtgever die zich met elk detail bemoeide. Hij was heel kritisch, maar op een positieve manier. Ik kreeg er veel energie van. In samenwerking met deze opdrachtgever is een mooi ontwerp tot stand gekomen.”

Wat is er bijzonder aan het ontwerp?
“Het is een woning geworden waarin je je meteen thuis voelt. Waarin je niet verdwaalt. Over elk detail is nagedacht. De verlichting bijvoorbeeld is heel goed. Je ziet weinig lichtpunten, toch wordt alles mooi verlicht, zoals de gordijnen die door vloerlampen worden aangelicht. De woning betreft een appartement en een penthouse die werden samengevoegd tot een grote, lege vierkante ruimte. Ik ben in die leegte gaan zitten en heb de ruimte rustig op me in laten werken. Het werd me meteen duidelijk dat ik het monotoon moest houden en dat er een grote witte bank moest komen.”

Heb je de top bereikt?
“Nee, nog lang niet. Het beste moet nog komen. Ik zie ontwerpers die een stuk verder zijn. Ik ben vijftig, maar ik wil nog veel leren en beter worden in het vak. Ontwerpers die zichzelf op de borst lopen te slaan begrijp ik niet: je bent nooit uitgeleerd, je zit in een proces. Ik heb in ieder geval nog volop ideeën. Ik wil nog veel reizen maken en internationaal doorbreken.”

Waarom internationaal?
“Naast ontwerpen, is reizen mijn grote passie. Het internationale trekt me. Culturen opsnuiven en leren van andere inzichten. Dat inspireert me.”

Kees Marcelis
BNI-lid sinds 2002 

Kees Marcelis werd geboren in 1960 in Elst waar hij zijn jeugd doorbracht. Op twintigjarige leeftijd ging hij naar de Stichting Hout- en Meubileringscollege in Arnhem. Hij vervolgde zijn studie drie jaar later aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Toen hij in 1989 een prijsvraag won voor een nieuwe foyer in de schouwburg van Arnhem, besloot hij voor zichzelf te beginnen en startte met Ron van de Camp het bureau Marcelis en Van de Camp. Ze werkten acht jaar samen, daarna ging Marcelis alleen verder onder de naam studiokeesmarcelis. Hij won diverse prijzen waaronder de badkamer Design Award in 2006 en de  Architectuurprijs Achterhoek 2009 voor een showroom voor steenfabrikant Daas baksteen in Zeddam. Eind 2010 verscheen een boek over Marcelis’ werk: Seeing is creating. Hierin worden vijftien bijzondere projecten besproken. Meer over Kees Marcelis op www.studiokeesmarcelis.nl.