magazine

'Ik luister en ik vraag'

tekst: Frederike Bax
beeld: Sascha Schalkwijk (portretten)

Interieurarchitect Annemieke Slaats doet projecten van duizenden vierkante meters groot. Vanuit haar kantoor in Castricum stuurt ze een team van freelancers aan die ze per opdracht selecteert. “Ik bedenk het concept, formuleer wat ik wil, maar zeg nooit dat ik het beter weet. Op elk niveau maak ik gebruik van de kennis van experts.”

Wat was je eerste grote project?
“Mijn eerste grote project was Eureko Achmea in Zeist. Ik kreeg deze opdracht in 2005. Ik moest 15 400 vierkante meter bedrijfsterrein transformeren tot kantoor, vergader- en congrescentrum. Dat was een unieke kans. Het complete concept werd mij toevertrouwd. Ik mocht me overal mee bemoeien.”

Hoe ging je te werk?
“Eureko Achmea was het eerste project waarbij ik met een team van freelancers werkte. Ik zocht mensen uit mijn netwerk die bij het project pasten en uiteindelijk had ik een team van achtendertig man. Ik bedacht het concept en maakte voor elke freelancer een afgepast ‘pakketje’. Vervolgens was het veel mailen en bellen. Ik besteed veel uit, maar blijf het concept bewaken.”

Waarom begin je geen groot bureau?
“Het nieuwe werken bevalt me goed. Ik zit graag alleen op kantoor. Ik ben niet zo sociaal, ha, ha. En ik vind het belangrijk per opdracht te kijken welke experts het best kunnen worden ingeschakeld. De kracht van deze werkwijze zit in de expertise van mensen. Door mensen dingen te laten doen waar ze goed in zijn en die ze leuk vinden, ontstaat iets goeds.”

Doen die experts precies wat jij wilt?
“Ik zit ruim 28 jaar in het vak, dus ik heb meestal wel een idee van wat ik wil. Mijn ervaring is echter dat in overleg met een installateur, interieurbouwer, vloerenlegger, visualiser, welke expert dan ook vaak een beter idee ontstaat dan ik aanvankelijk had. En dat bovendien niet alleen ik zelf, maar ook de expert in kwestie erachter staat.”

Wanneer is een project geslaagd?
“Als alle gebruikers zich herkennen in het ontwerp en het over ‘hun gebouw’ hebben, is een project voor mij geslaagd. Want dan wordt het gedragen en wordt er zorg en onderhoud aan besteed. Als gebruikers zich niet thuis voelen, zie je een gebouw binnen de kortste keren verarmen.”

Hoe krijg je alle gebruikers tevreden?
“Dat begint met luisteren. Ik luister naar wat er gezegd wordt en naar wat er juist niet gezegd wordt. Dan ga ik vragen stellen. Wat wil de directie uitstralen? Hoe voelt de kantoormedewerker zich thuis? Wat heeft de schoonmaker nodig? Ik probeer een bedrijf te doorgronden, de bedrijfsprocessen helder te krijgen en hier vervolgens zo goed mogelijk op in te spelen. Ik ben een zakelijk verloskundige die mensen helpt bij een bevalling die niet hun core business is.”

Wilde je altijd al interieurarchitect worden?
“Nee, ik wilde bioloog worden. Toen uit een beroepentest kwam dat ik tuin- of interieurarchitect moest worden, ben ik me pas in het vak gaan verdiepen. Met mijn diploma gymnasium bèta op zak kon ik naar Delft, maar ik koos voor de conceptuele benadering en meldde me aan op de Rietveld Academie. Mijn ouders, die liever wilden dat ik medicijnen ging studeren, dachten dat het niet zo’n vaart zou lopen. Slechts tien procent werd toegelaten op het Rietveld en een groot talent was ik niet.”

Waarom werd je dan aangenomen?
“Ik had erg mijn best gedaan op een perspectieftekening van een bestaand vakantiehuisje op Ameland. Ik kreeg vragen over de keuken in het huisje die een open kastenwand had waaraan je aan de kamerzijde je hoofd kon stoten. Er ontstond een discussie en daaruit bleek mijn ruimtelijk inzicht en mijn gevoel dat iets handig en functioneel moet zijn. Op de academie kreeg ik les van Jan Rietveld, de zoon van Gerrit Rietveld, en van Wim Kroep. Van hen heb ik leren vormgeven.”

Hoe verliep je eerste opdracht?
“Mijn eerste opdracht kreeg ik in 1983 en betrof de Sociale Academie De Karthuizer in Amsterdam. Ik was zo groen als gras en kreeg voor het eerst te maken met een aannemer. Hij walste over me heen. Dat was geen leuke ervaring. Om steviger in mijn schoenen te kunnen staan, besloot ik in de avonduren naar het Hoger Technisch Instituut te gaan. Ik zat met aannemers en installateurs in een klas en leerde wat bouwen werkelijk inhoudt. Er wordt vaak gedacht dat interieurarchitecten zich met  kleuren en meubels bezighouden. En ja, de spiegeltjes en de kraaltjes doen we ook, maar daar gaat een intensief en complex traject aan vooraf.”

Hoe krijgt een project van duizenden vierkante meters vorm?
“Aan de basis van elk project ligt een heldere structuur. Wat er ook gebeurt die structuur moet overeind blijven. Dat is essentieel. Ik zet de hoofdlijnen, de kaders uit, daarbinnen kunnen bepaalde elementen wisselen en kan geïmproviseerd worden.”

Kun je dat toelichten?
“Een goed voorbeeld is het project Achmea Zorg in Leiden dat in juni wordt opgeleverd. De opdracht was om voor de nieuwbouw van Achmea een passende werkomgeving voor de verschillende huurders te creëren. Het ging om 32 000 vierkante meter verdeeld over vijf torens van elk acht verdiepingen. Binnen de hoofdstructuur die voor alle torens hetzelfde is, kregen de verschillende huurders hun eigen identiteit middels een aantal vrij in te vullen elementen. Zo is centraal op elke verdieping een zogenaamde focuswand geplaatst waarop je direct kunt zien wie de huurder is en wat diens core business is. De huurder bepaalt zelf hoe hij invulling geeft aan de zes panelen op de focuswand. De lopers op de verdiepingen zijn een soort zebrapaden in de kleuren van de huisstijl van de huurder. En voor de ontspanningsruimtes stelde ik een ‘menu’ samen waarmee de huurder de ruimte zelf kan inrichten.”

Hoe zou je jouw ‘stijl’ omschrijven?
“Ik ben niet trendy. Ik houd van kwaliteit en van ingetogen chique. Dat vind ik ook prettig om te maken.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
"Ik heb geen plannen. Ik rol altijd van het een in het ander. Acquisitie heb ik nooit gedaan. Zoals het nu gaat, heb ik er veel plezier in. Dit jaar rond ik naast Achmea Zorg nog een ander groot project af: PGGM in Zeist. Daarna ga ik eens lekker mijn kantoor opruimen. Dat heb ik al twee jaar niet gedaan en dat is hard nodig. Door op te ruimen maak ik niet alleen mijn kantoor, maar ook mijn hoofd weer leeg voor mooie nieuwe ideeën en projecten."


Annemieke Slaats
Bni-lid sinds 1990

Annemieke Slaats werd geboren in 1958 te Oosterbeek. Ze groeide op in Amstelveen en deed gymnasium bèta in Amsterdam. Daarna wilde ze de ontwerpkant op en koos ze voor de Rietveld Academie. In 1981 rondde ze de opleiding Architectonische Vormgeving af. Slaats ging werken voor een werkgever, maar had daar na drie maanden genoeg van. Ze startte in 1983 in Amsterdam haar eigen bureau: Annemieke Slaats Interieurarchitecten BNI. Een van haar eerste projecten betrof de Sociale Academie De Karthuizer in Amsterdam. In 1984 deed ze de opleiding Bouwkunde aan het HTI in Amsterdam. Daarna werkte Slaats voor de ABN Amro bank als ‘spaceplanner’ en voor de ING deelde ze met een aantal andere freelancers vierhonderd kantoren in. In 2005 startte ze met het project Eureko Achmea in Zeist. En dit jaar rond ze Achmea Zorg en PGGM af. Kijk voor meer informatie over Slaats Interieurarchitecten BNI op www.aslaats.nl.

'Aan de basis van elk project ligt een heldere structuur'