magazine

Ergonomie: hulpmiddel of beperking?

tekst: André Everard

De term ergonomie wordt vaak gebruikt als commerciële toevoeging bij  een product of ontwerp, als ware het een keurmerk voor een handig, veilig  of gezond ontwerp. De grote vraag is echter of ontwerpen met dit ‘keurmerk’ daadwerkelijk geoptimaliseerd zijn voor de gebruiker.

Architectuur steunt op drie pijlers: schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid. Deze drie pijlers moeten in balans zijn, wil een ontwerp een goed ontwerp zijn. Ergonomie richt zich met name op de  bruikbaarheid van ontwerpen. Met deze pijler van de trias, heeft de gebruiker van een ontwerp dagelijks te maken.

Veilig en gezond
In het gebruik valt pas op of een ontwerp  goed of minder goed is. Een mooi ontwerp hoeft nog geen bruikbaar resultaat op te leveren voor hen die ermee moeten participeren. De overheid heeft een aantal regels opgesteld die de gebruiker moet beschermen tegen  ondeugdelijke ontwerpen. Deze regels zijn vastgelegd in beleidsregels en arboconvenanten (afspraken tussen werkgevers en werknemers over arbeidsomstandigheden), en dragen bij aan de optimalisering van de werkomstandigheden.

Een vaak gehoorde klacht van architecten is dat arboregels en ergonomische richtlijnen een te grote beperking leggen op hun ontwerp. Echter het doorlopen van diverse ontwerpstrategieën leidt tot een ontwerp dat zowel voldoet aan wet- en regelgeving als aan optimale bruikbaarheid: een ontwerp dat veilig en gezond is en bovendien een ontwerp om van te genieten.

Interactie mens en ontwerp
Wat is ergonomie precies? Ergonomie is een multidisciplinair vak. De basis disciplines worden gevormd door de volgende domeinen. Het technisch domein dat bijvoorbeeld ontwerp- en systeemleer, veiligheidskunde en industrieel ontwerpen betreft. Het  menskundig domein waaronder biomechanica,  antropometrie, anatomie en fysiologie vallen. Het psychologisch domein waarbinnen  functieleer en arbeids- en organisatiepsychologie de belangrijkste aandachtsgebieden zijn. En tot slot het vaak vergeten domein arbeidshygiëne, waarin de invloeden van geluid, licht en klimaat centraal staan. In het combineren van deze domeinen ligt de kracht van de ergonomie.

De Nederlandse Vereniging Voor Ergonomie hanteert de volgende uitleg: “Het vakgebied ergonomie betreft de interactie tussen de mens en de ontworpen technische en organisatorische omgeving. In de product-ergonomie is het streven om gebruiksvriendelijke producten te ontwikkelen en in de productie-ergonomie om mensvriendelijke (productie)-processen te ontwerpen.”

Kosten besparen
Het belangrijkste deel van de definitie voor een (interieur)architect is de interactie. Een persoon moet kunnen functioneren in zijn omgeving. Als dat belemmeringen geeft,  heeft dat direct gevolgen voor het gebruikersgemak, de gezondheid of de veiligheid van de gebruiker.  Ontwerpfouten kunnen daarbij leiden tot economische schade.

Een bedrijf kan met goede  gebruiksvriendelijke producten klanten voordelen bieden die verder gaan dan die van de concurrent. Een goed mensgericht ontworpen arbeidssituatie leidt tot een hogere efficiëntie bij de werkers in die situatie en heeft dus een kostenbesparend effect. En met mensvriendelijke productieprocessen kan een bedrijf de arbeidsproductiviteit verhogen en daarmee belangrijke kostenbesparingen realiseren. Architect en ergonoom kunnen samen inspelen op het groeiend besef dat mensen (medewerkers, klanten)  van groot belang zijn voor het succes van organisaties.

Verraderlijke trap
Wanneer komt een ergonoom in beeld? In aantal gevallen jammer genoeg te laat, of zo laat in het ontwerptraject dat wijzigingen moeilijk te bewerkstelligen zijn. In het ideale geval wordt een ergonoom in een vroeg stadium geconsulteerd. Met name bij het toetsen van het Programma van Eisen en bij het voorlopig ontwerp is de inbreng van een ergonoom nuttig voor de architect. Dan zijn wijzigingen zinvol en kostenbesparend. Al moeilijker wordt het wanneer er wijzigingen aangebracht moeten worden in het definitief ontwerp. Of nog ingewikkelder als het ontwerp is opgeleverd en in gebruik is genomen.

Een goed voorbeeld is het bordes bij de entree van het Waterschap Brabantse Delta in Breda. Bezoekers verwachten dat de trap, bestaande uit vier treden, over de hele lengte van het bordes aanwezig is. Echter slechts bij een beperkt deel van het bordes zijn de treden aanwezig . Tweederde van de trap heeft namelijk een verspringend patroon waarbij om en om een trede mist. Arbo-technisch scoort een dergelijk ontwerp een hoog  risico. Qua design heeft de architect gekozen voor een mooi beeld, maar de argeloze bezoeker van deze openbare ruimte kan met gemak een trede missen met alle gevolgen van dien. Hier is sprake van een visueel mooi ontwerp, maar niet van een veilig ontwerp.

Complexe werkplekken
Of het nu gaat over het naar de verkeerde kant opengaan van een deur, de plaats van een balie in de ruimte of de te lange looplijnen in een keuken, dan wel het met een rolstoel niet kunnen bereiken van het invalidentoilet of de keuze van het meubilair dat eigenlijk niet geschikt is voor de taken die er moeten worden uitgevoerd. Ontwerpmissers worden vaak pas  geconstateerd door de gebruiker.  Of de fouten van het ontwerp komen aan het licht bij de Risico Inventarisatie en Evaluatie.

Een van de meest complexe werkplekken is  een balie.  Hier worden de meeste ontwerpfouten gemaakt. Dit heeft twee oorzaken. Een balie is het visitekaartje voor een organisatie én voor de (interieur)architect. De(interieur)architect heeft behoefte om een visueel mooi ontwerp neer te zetten. De tweede oorzaak  is dat onvoldoende  wordt nagegaan welke taken er op deze werkplek uitgevoerd moeten worden. Een balie  ‘burgerzaken’ van een gemeente heeft een andere functie als een ontvangst-, receptie-  of infobalie.

Daarnaast zijn balies geen losse werkplekken, maar hebben ze altijd een relatie tot andere organisatieonderdelen. Bij het ontdekken van de samenhangen tussen de verschillende functies kan het opstellen van een relatieschema helpen. De verbanden en de (extra) handelingen die er uitgevoerd worden, kunnen bepalend zijn voor het ontwerp.

Advies
Ook de positionering in de ruimte komt in sommige gevallen niet overeen met de functie waarvoor deze ontworpen zou moeten zijn. Hierbij denkend aan een infobalie die niet direct zichtbaar is of een balie die wel direct zichtbaar is maar een heel andere functie heeft dan het verstrekken van informatie, bijvoorbeeld een bewakingsbalie in een publieksruimte.

Bij een baliewerkplek spelen omgevingsfactoren een grote rol. Geluid  en akoestiek zijn van belang : baliemedewerkers moeten verstaanbaarheid, een telefoniste moet kunnen bellen.  Met tocht en klimaat moet rekening worden gehouden, en met de  invloed van de zon bij gebruik van beeldschermen. Ook aspecten van agressie en veiligheid zijn vaste aandachtspunten in een ontwerp. En tot slot alle antropometrische aspecten zoals  reikwijdte, hoogte en diepte van de balie in relatie tot baliemedewerker en bezoeker. Alles bij elkaar is het iedere keer een verdomd lastige taak om een balie te ontwerpen waarbij een ergonoom de (interieur)architect al in een vroeg stadium van advies kan dienen.

Visualiseren
Een ergonoom werkt volgens het Systeem Ergonomisch Ontwerpproces (SEO). Dit ontwerpproces omvat een aantal stappen:  de oriëntatiefase, de analysefase, de ontwerpfase, de realisatiefase en de implementatie fase. Het zijn eigenlijk dezelfde stappen die een architect doorloopt bij het maken van een ontwerp. Deze stappen zijn noodzakelijk om een ontwerp te optimaliseren. Afhankelijk van de complexiteit van de opdracht kunnen de fasen langer of minder lang zijn. Als een ontwerp niet optimaal is, is negen van de tien keer een fase in het traject overgeslagen of is bij een bepaalde fase onvoldoende stil gestaan bij de consequenties van het ontwerp voor de gebruiker.

In de analyse fase zal een ergonoom altijd  kijken naar de taak en functie die bij het ontwerp horen. Wat doen de mensen in of met het nieuw te ontwerpen onderwerp. Dit wordt door middel van een taakanalyse gedaan:  taak is belangrijk, maar ook de menselijke maat. Met andere woorden voor wie is het ontwerp bedoeld. Dit is de stap die door (interieur)architecten minder vaak doorlopen wordt en waarbij een ergonoom behulpzaam kan zijn. 

Als bovenstaande  zaken duidelijk zijn, kan het ontwerp beoordeeld worden op bruikbaarheid. Dit kan door te visualiseren hoe de mens interacteert met het ontwerp. Dit doe je door in gedachte vanaf de tekening het ontwerp binnen te lopen en je voor te stellen wat je dan ziet. Door te visualiseren loop je sneller tegen een aantal onlogische zaken op zoals zichtlijnen, looplijnen positionering van bepaalde elementen in de ruimte. Voor een architect is het vaak lastig om door het eigen ontwerp heen te kijken. Een collega of een goede 3-D animatie kan hier al uitkomst bieden.

Samenwerken
Uit eigen ervaring weet ik dat als architect en ergonoom samenwerken in een ontwerpteam en openstaan voor elkaars expertise en vaardigheden,  ontstaat altijd een fantastisch ontwerp waarin de gebruiker optimaal en met plezier kan functioneren. Door de bruikbaarheid van het ontwerp heeft de gebruiker extra aandacht voor de schoonheid van het ontwerp.

André Everard
André Everard afgestudeerd bewegingswetenschapper aan de VU Amsterdam heeft na zijn studie de interuniversitaire postdoctorale opleiding Ergonomie bij arbeid opgezet. Deze opleiding heeft tien jaar lang allround ergonomen in Nederland opgeleid. Sinds 1999 is Everard werkzaam als senior ergonoom bij Arbo Unie een landelijke full-service arbodienst. Bij Arbo Unie heeft hij als ergonoom aan diverse ver- en nieuwbouwprojecten meegewerkt. De laatste jaren is hij meer de consultatief, selling kant opgegaan en bemoeit hij zich meer met het acquireren van complexe arbeidsvraagstukken rondom inzetbaarheid en het nieuwe werken.